Wat je ook schrijft, je wilt dat jouw tekst van begin tot einde gelezen wordt. Je hebt bepaald wat het onderwerp en het doel van je tekst is. Ook weet je voor wie je schrijft. Maar hoe nu verder?

Er zijn allerlei manieren om de aandacht van je lezer vast te houden. De meest directe heb ik voor mezelf samengevat als:

Wees lief voor je lezer

Daarmee bedoel ik dat je het een lezer niet onnodig moeilijk maakt. In onze taal en grammatica maken we gebruik van regels. Dat is niet voor niets. We beginnen een zin met een hoofdletter en eindigen die met een punt. Ook namen krijgen een hoofdletter. En als we iemand citeren zetten we dit tussen aanhalingstekens. De lezer heeft houvast aan deze bekende afspraken.

Wees lief voor je lezer betekent in de eerste plaats dat je deze simpele regels toepast:

  • hoofdlettergebruik
  • interpunctie

Vermijd taalfouten

Je bent ook lief voor je lezer wanneer je taalfouten vermijdt. Deze fouten vormen struikelblokken die ervoor kunnen zorgen dat een lezer afhaakt. Ik bedoel hier niet dat grote artikel of die dikke pil waarin her en der een foutje staat.

Ik bedoel teksten vol -d, -t en -dt fouten, teksten waar het bezittelijk voornaamwoord jouw om de haverklap verkeerd gebruikt wordt. Of niet gebruikt wordt. Teksten waarin een woord als abonnee steeds anders gespeld wordt: abbonnee, abbonee, abonné.

Ik haak af.
En de schrijver – misschien expert op zijn vakgebied – verliest geloofwaardigheid. Zonde!

 

Voorkom dat je lezers kwijtraakt

Breng structuur aan

Je bent ook lief voor de lezer als je de tekst een fijne structuur meegeeft. Hoe de structuur eruit ziet heeft te maken met het soort tekst dat je schrijft: schrijf je een brief, een artikel, een interview of een blog?
Of je tekst online of offline verschijnt, heeft ook gevolgen voor de structuur die je toepast.

 

De regel die altijd geldt: vermijd aaneengesloten blokken tekst. Maak gebruik van witregels en creëer alinea’s of hoofdstukken.

 

Schrijf je een boek? Hanteer als richtlijn dat er per pagina tenminste één, maar liever meer regels halverwege afgebroken worden of voeg een witregel in.

Schrijf je voor internet? Maak korte alinea’s van zo’n twee tot vijf regels. Wissel de lengte af. Maak je tekst scanbaar door opsommingstekens en koppen te gebruiken en gebruik afbeeldingen. (Note to self)

Voorkom dat je tekst saai wordt

Wees creatief in je woordgebruik. Voorkom zes keer hetzelfde woord in twee regels tekst. Kies liever een synoniem en schrap drie van die woorden. Weet je geen synoniem? Synoniemennet biedt vaak uitkomst.

Schrappen is sowieso belangrijk. Schrap elk overbodig woord. Vaak zijn dit bijvoeglijk naamwoorden en stopwoordjes.
En schrijf actief. Dat doe je door constructies in de voltooide tijd te vermijden.  Dus niet:

‘Ik heb die constructies vermeden, maar: ik vermijd die constructies.’

Nog een:

‘Ik had graag gewild dat Jan op bezoek was gekomen, maar hij had geen tijd.’
‘Ik wilde graag dat Jan op bezoek kwam, maar hij had geen tijd.’

 

Dat je lief bent voor je lezer, betekent dat je respect toont voor je lezer. Schrijf zo netjes mogelijk. Ken je valkuilen en schakel hulp in om die te vermijden.

 

Er zijn nog meer manieren om te voorkomen dat je lezer afhaakt. Daarover in een volgend blog!

Pin It on Pinterest

Share This