‘Waar begin je als je een boek gaat schrijven?’
‘Ergens in het midden,’ is meestal mijn antwoord.
‘Huh?’

Zoeken naar de verteltoon

Iedere roman begint voor mij met een zoektocht. Het is zoeken naar het verhaal zelf, maar ook naar de personages, de stem die zij krijgen, de juiste verteltijd, het vertelperspectief, de omgeving waar het verhaal zich afspeelt, enz. enz. In mijn zoektocht schrijf ik veel verschillende scènes. Vandaar dat het zomaar kan gebeuren dat ik ‘ergens in het midden’ begin.

Op deze manier zoek ik ook naar een passende verteltoon en de juiste personages. (Als je nu denkt: ‘Volgens mij begin je met dit blog ook zomaar ergens in het midden. Waar gáát dit over?’ Check dan eerst dit artikel waarin ik achtergrondinformatie over deze blogserie geef.)

Ik wilde vandaag ingaan op de verteltoon én de personages, maar ik kwam tot de conclusie dat ik het beter kan opsplitsen omdat er veel te zeggen valt. 

Daarom nu alleen: verteltoon.

Wat is verteltoon dan?

Waarschijnlijk heb je, net als ik, wel een idee bij de betekenis van de verteltoon. Toch heb ik geen vastomlijnde definitie. Wel onderscheid ik verschillende elementen die samen zorgen voor de verteltoon.

1. Het element sfeer

De verteltoon hangt nauw samen met de sfeer van het verhaal. Bij een sinister onderwerp, past een duistere verteltoon. De lezer voelt door alle woorden heen hoe de spanning zich in hem opbouwt.

Bij chicklit hoort een opgewekte, humoristische, soms wat populaire manier van vertellen die de lezer regelmatig laat grinniken.

In mijn nieuwe roman wordt de hoofdpersoon verliefd. Het mag luchtig en vrolijk en ook mag er iets van spanning en opwinding doorklinken in het idee van vreemdgaan. Een dikke uitdaging voor mij. Luchtig en vrolijk zijn niet direct de eerste dingen waar ik aan denk als ik schrijf. Vaak kies ik voor zware thema’s waarbij een luchtige en vrolijke sfeer niet past. In het tweede deel van deze roman, komt dat laatste – gelukkig voor mij – ook aan bod. 

Hoe dan ook: sfeer hangt samen met het genre en met het gevoel dat je bij de lezer wilt opwekken. Sfeer is daarom een belangrijk element om je lezer vast te houden.

2. Het vertelperspectief

Ik ontdekte direct bij mijn eerste roman hoe belangrijk het juiste vertelperspectief is. Ik was al ruim een jaar met het verhaal bezig en schreef in de derde persoon. Omdat het niet goed voelde, probeerde ik van alles uit: ik begon het verhaal in het heden, bedacht verschillende invalshoeken, voegde personages toe en schrapte er een paar, plaatste het verhaal in het verleden, begon weer opnieuw…

Het bleef een zoektocht. Totdat ik de gouden ingeving had.

Ik zette het verhaal van de derde persoon om in een ik-perspectief en alles viel op zijn plek: ik had het belangrijkste element van de verteltoon te pakken!

Ook in mijn nieuwe roman probeer ik verschillende dingen uit. Op dit moment schrijf ik vanuit de hoofdpersoon, Laura, in een ik-perspectief.

3. Het element context

Terug naar Mara, mijn eerste roman… de verteltoon was nog niet compleet. Een ander belangrijk onderdeel van de verteltoon was de tijdsperiode. De jaren dertig van de vorige eeuw vormden de context rond dit verhaal. Daarom gebruikte ik woorden die pasten bij die tijd. Niet constant, maar wel vaak genoeg om de lezer het gevoel te geven dat dit verhaal echt toen speelde. 

Uit: MaraBeursje in plaats van portemonnee (en niet te vergeten de dubbeltjes en rijksdaalders 😉 .

Voor mijn nieuwe boek geldt dat het speelt in het heden. De smartphone is niet meer weg te denken. Daarbij komt dat bij veel verhoudingen social media op één of andere manier een rol spelen. Ik heb daarom bewust gekozen voor het integreren van tekstberichtjes in de roman. Eigenlijk is het een nieuwe vorm van dialoog binnen een verhaal. Leuk om mee te experimenteren!

Is de verteltoon compleet als je sfeer, perspectief en context combineert? Is het gewoon een simpele rekensom van 1+1+1=3? Nee, dat lijkt mij niet. Per verhaal zal de waarde van ieder element verschillen. Bovendien is er ook nog een ongrijpbaar element in de verteltoon: dat is de stem die jij zelf als schrijver hebt.

Snap je waarom ik geen strakke definitie heb?

De verteltoon vinden

Voor mijn huidige roman zocht ik lang naar de juiste toon. Ik kwam er niet uit en ging in overleg met mijn uitgever. We kwamen tot de conclusie dat (het eerste deel van) het verhaal gebaat zou zijn bij een lichtvoetige verteltoon. De lezer mag voelen dat de hoofdpersoon verliefd is en zich opgewonden voelt.

Een moeilijke opgave voor mij, omdat… Nou ja: omdat ik een voorkeur heb voor heftige onderwerpen en eerder neig naar zwaarmoedig dan lichtvoetig.

Voor het tweede deel van deze roman hoefde ik minder lang te zoeken, want in het tweede deel komt een ander personage aan het woord en is er een dramatische omslag in het verhaal: dat ligt me wel 😉 .

De verteltoon in combinatie met je personage(s)

In de meeste romans tref je meerdere personages aan. Is de verteltoon overkoepelend of verschilt die per personage?

In Mara koos ik voor een ik-perspectief. In het hele boek wordt alleen de stem van de hoofdpersoon gehoord. De verteltoon is overkoepelend, maar wijzigt in de loop van het verhaal wel. Voelt Maria zich in eerste instantie schuldig en is ze bang om iets te zeggen, later voelt ze zich trots en durft ze voor zichzelf op te komen. Dat blijkt niet alleen uit haar uitspraken en handelingen, maar ook uit haar manier van denken.

In mijn nieuwe roman maak ik gebruik van perspectiefwisselingen. Een belangrijk aandachtspunt is nu dat de verschillende personages hun eigen stem hebben. Bij Laura hoort een andere ‘stem’ dan bij Johan.

Laura is verliefd en vrolijk. De lezer wil dit voelen, dus dit moet doorklinken in de verteltoon.

Daar tegenover staat de schok die Johan voelt wanneer hij ontdekt dat zijn vrouw is vreemd gegaan. Daar past verwarring en boosheid. Om dat over te brengen, gebruik ik in de betreffende scène (ultra)korte zinnen.

Uit: [Hier komt nog een titel] – Lisette van de Heg
Ik confronteer Laura.
Ontwijk haar blikken.
Werp het voor haar voeten.
Wacht op haar reactie.
Wend me af.
Keer me naar haar toe.
Zwijg.

Voorbeelden verteltoon

Een verteltoon hoort niet alleen bij het (hoofd)personage, maar ook bij het type verhaal dat je schrijft. In onderstaande voorbeelden wordt dat duidelijk:

Uit: Sluipschutter; een Jack Reacher thriller – Lee Child
Ik zat in de ondergrondse, in New York. Lijn 6, de Lexington Avenue Local, naar het noorden, twee uur ’s nachts. Ik was in Bleecker street vanaf het zuideinde van het perron ingestapt in een rijtuig dat op vijf mensen na leeg was. De rijtuigen van de ondergrondse lijken klein en knus als ze vol zijn. Als ze leeg zijn, stralen ze holle leegte en eenzaamheid uit. ’s Nacht slijkt het licht heter en feller te branden, ook al zijn het dezelfde lampen als overdag. Er zijn geen andere lampen.
Ik zat breed onderuitgezakt op een tweepersoons bankje aan de noordkant van de deuren aan het einde van het rijtuig a, aan de kant van het spoor. De andere vijf passagiers zaten allemaal verder naar het zuiden op de lange banken, in profiel, van opzij, ver van elkaar, en staarden leeg naar de andere kant van het rijtuig, drie links en twee rechts.

Jack Reacher is een voormalig officier uit het leger. Een einzelgänger die altijd en overal tegen problemen aanloopt en die niet vies is van een beetje geweld. Observeren is noodzakelijk om te overleven.
De overdaad aan details maakt duidelijk dat niets deze hoofdpersoon ontgaat. Tegelijk voel je tussen de regels door dat het observeren van al dit normale, iets abnormaals aankondigt. Iets (spannends) zal dit tafereeltje gaan verstoren.

Uit: Het neefje van de tovenaar – C.S. Lewis
De Leeuw liep met soepele passen heen en weer door dat lege landschap en zong zijn nieuwe lied. Het was zachter en zangeriger dan het lied waarmee hij de sterren en de zon tevoorschijn geroepen had. Een kalme, kabbelende melodie. En terwijl hij zo liep te zingen, kleurde het dal groen: er kwam gras. Het vloeide als een plas water van de Leeuw vandaan. Als een golf stroomde het tegen de hellingen van de lage heuvels op. In een paar minuten kroop het omhoog tegen de voet van het gebergte in de verte, zodat die jonge wereld er steeds vriendelijker begon uit te zien. Je kon het zachte briesje nu door het gras horen ritselen.

Op een haast poëtische manier, beschrijft Lewis hoe Aslan Narnia tot leven brengt. De paar subtiele alliteraties geven ritme aan deze tekst. Je voelt dat hier iets magisch gebeurt omdat je voor je ziet hoe het gras omhoog (!) stroomt en kleur geeft aan ondergrond die voorheen kleurloos was. Deze verteltoon laat de lezer zich steeds verwonderen en past goed in dit fantasy verhaal.

Praat mee!

Ik weet zeker dat bovenstaand verhaal nog niet compleet is, dus ik ben erg benieuwd: Hoe denk jij over de verteltoon?

Op de hoogte blijven?

Vul je naam en e-mailadres in en ontvang een berichtje als er een nieuwe blog over het schrijven van een roman online staat.

Blogserie: hoe schrijf je een roman?

3 + 7 =

Pin It on Pinterest

Share This