Typisch…

‘Mijn Nederlands docent zei 15 keer “zeg maar” tijdens de les!’ verkondigde mijn dochter verontwaardigd.
‘Heb je dat teruggekoppeld?’ vroeg ik haar.
‘Nee… Dat had ik misschien wel kunnen doen.’
‘Of je laat het erbij,’ zei mijn man. ‘Er zijn wel andere dingen om je druk over te maken.

Er ontstond een gesprek over stopwoordjes en plotseling schoot me die ene jongen uit mijn brugklas te binnen. Peter.

Peter had ook een stopwoordje.
Of eigenlijk was het een uitdrukking.
Het was een kreet die hij de hele dag door, te pas en te onpas, gebruikte:

‘Za’k maar zegguh!’

Door ons gesprek over ‘zeg maar’ en andere stopwoordjes, schoot me die kreet weer te binnen. En met dat ik me die uitspraak herinnerde en erover vertelde, zag ik Peter weer voor me.

Donker haar.
Sproeten.
Flinke overbeet.
Beetje slungelig.

Maar boven alles hoorde ik hem ineens weer praten.
Plat praoten.
Hard praten.
En met een kraakje in zijn stem. 

De verbeelding prikkelen

Lezers van fictie willen kunnen meeleven met het verhaal. Of het nu gaat om een thriller, een avonturenroman of een liefdesverhaal: het is de bedoeling dat de schrijver de verbeelding zodanig prikkelt dat de lezer graag blijft doorlezen.

De ontwikkeling van tot de verbeelding sprekende personages, kan hier zeker bij helpen. Ik schreef al over mijn plan van aanpak om een personage te ontwikkelen. Later besefte ik dat de blog vooral gaat over de kaders: omgeving, geslacht, leeftijd, enzovoorts.

Maar als dat eenmaal bepaald is, komt de verdieping.

Karakterisering

Want wat voor karakter heeft jouw personage?
Hoe kom je daar achter en vooral: hoe breng je een bepaald karakter tot leven?

Bovenstaand voorbeeld zette mijzelf in elk geval weer even op scherp. Hoewel jij Peter niet zult kennen, heb je waarschijnlijk wel een beeld van hem gekregen. Je zou kunnen concluderen dat hij:

1. Zich niet druk maakt over ABN (dit haal je uit de zin zelf)
2. Graag gehoord wordt (dit weet je door mijn beschrijving)

Twee elementen die een schrijver kan versterken: de schrijver kan dit gebruiken om het zelfvertrouwen van een personage te onderstrepen, of bijvoorbeeld juist zijn onverschilligheid. 

Zoeken naar typeringen

Toen ik begon met schrijven was ik een jaar of zestien. Ik las veel, onderzocht veel en schreef er vervolgens een verhaal over. In mijn eerste roman, Mara, gebruikte ik typeringen die pasten bij het tijdsbeeld, maar ook bij de situatie waarin de hoofdpersoon zich bevond. Op die manier ontstond – na heel veel proberen, schrijven, schrappen, weer schrijven en weer schrappen – uiteindelijk het karakter Maria. 

Ik beperkte me tot haar verhaal en werkte de andere personages minder uit. Met een paar pennenstreken schetste ik een beeld, maar bleef daarin bewust vrij plat. Alles draaide om Maria. Bovendien: ik had me zo intens in haar ingeleefd dat ik er geen anderen bij kon hebben.

Hulpmiddelen voor de romanschrijver

Inmiddels ben ik een aantal jaren ouder en een paar boeken wijzer.
Je zou zeggen dat de methode dan inmiddels minder omslachtig kan zijn.

Toch heb ik tot nu toe altijd via deze manier gewerkt. Pas sinds een paar maanden ben ik me bewust van de hulpmiddelen die ik kan inzetten om een personage beter te karakteriseren. En die ontdekking deed ik door mijn werk als tekstschrijver.

Ik kwam via mijn werk in aanraking met een bureau dat assessments afneemt. De mij al bekende DISC werd bij hen veel gebruikt, maar daarnaast deden ze ook een Talent Management Assessment. Ik leerde hier meer over tijdens de opdracht, maar het kwartje viel nog niet.

Dat viel pas toen ik enige tijd geleden voor de gein een online test invulde. Ik kreeg een uitgebreid verslag te lezen met allerlei karaktereigenschappen die (meer of minder goed) bij mij pasten in de context van verschillende sociale omgevingen.

Handig!

Gedrags- en persoonlijkheidskenmerken kennen en gebruiken

Bij het schrijven van mijn nieuwe roman, ben ik daarom dieper in die 16 verschillende persoonlijkheden gedoken. Ik ontdekte welke persoonlijkheid het beste bij Laura past en welke persoonlijkheid ik daar goed tegenover kan zetten. 

Ik kan pas over een aantal maanden zeggen in hoeverre dit wel of niet behulpzaam was bij het schrijven, maar op dit moment ben ik erg blij met deze handige achtergrondinformatie die mij inspiratie geeft om de karakters vorm te geven (en lekker met elkaar te laten botsen!)

Ik herhaal nog wel even een belangrijk uitgangspunt wat ik eerder aanhaalde in deel 1 over het ontwikkelen van personages: stel jezelf ook nu steeds opnieuw de waaromvraag!

Waarom de waaromvraag?

Als je het echt goed wilt doen, draagt ieder element in je boek bij aan het verhaal. Dus stel de vraag waarom je kiest voor een bepaald persoonlijkheidstype met bijbehorende gedragskenmerken.

Vraag je steeds af waarom je bepaalde keuzes maakt en beargumenteer je keuze voor jezelf. Je zult dan ontdekken of jouw keuze het verhaal versterkt of juist niet.

Heel kort samengevat

Een karakter ontwikkelt zich gaandeweg het schrijven, maar je kunt gebruikmaken van hulpmiddelen. Verdiep je in gedrags- en persoonlijkheidskenmerken en gebruik bijvoorbeeld de DISC-methode of de theorie over de 16-personalities.

Praat mee!

Ik weet zeker dat bovenstaand verhaal nog niet compleet is, dus ik ben erg benieuwd: Hoe denk jij over de het ontwikkelen van je romanpersonages?

Wil je meer weten over het schrijven van een roman? Lees de introductieblog die bij deze serie hoort en de blog over verteltoon.

 

Op de hoogte blijven?

Vul je naam en e-mailadres in en ontvang een berichtje als er een nieuwe blog over het schrijven van een roman online staat.

Blogserie: hoe schrijf je een roman?

9 + 9 =

Pin It on Pinterest

Share This