Elevatorpitch

Elevatorpitch

Anderhalf jaar geleden had ik nog nooit van de elevatorpitch gehoord.
Inmiddels weet ik dat er ondernemers zijn die wekelijks pitchen tijdens hun BNI-netwerkontbijt.
Dat er wedstrijden elevatorpitchen bestaan.
Dat er coaches zijn die jou leren pitchen.
Dat ik het best lastig vind om zelf te pitchen.

En ik ontdekte een manier van pitchen waar ik me fijn bij voel. Ik ontdekte de storypitch.

Maar eerst…

kladblok met vragen over schrijven

Wat is een elevatorpitch?

De naam elevatorpitch verraadt het al. Terwijl je met een onbekende in de lift staat, moet je in een paar woorden kunnen uitleggen wie je bent en wat je doet. Dat is een heel handige vaardigheid voor een ondernemer.
Meestal wordt er een tijdsduur van een minuut aan de pitch gekoppeld (de tijd die de lift erover doet om je naar de andere verdieping te brengen)

Hoe maak je een elevatorpitch?

De eerste keer dat ik moest gaan pitchen, struinde ik internet af op zoek naar tips. Hoe pak je dat pitchen aan en waar moet je (afgezien van de tijdsduur) op letten? Ik kwam de XYZ-formule tegen die Bart van de Belt deelt in dit filmpje . De formule vond ik fijn, de eenvoudige opbouw bood houvast en ik maakte daar dankbaar gebruik van.

Show, don’t tell

Na die eerste keer pitchen bleef ik deze opbouw gebruiken. Toch begon er langzamerhand iets aan me te knagen. De ‘recht in je gezicht’ aanpak past niet zo goed bij mij. Misschien omdat ik bij het schrijven van mijn romans iets heel anders heb geleerd. Namelijk dat het beter is om je lezer zelf de beelden te laten vormen in plaats van alles letterlijk voor te kauwen. Daar bestaat zelfs een mooie schrijfterm voor: Show, don’t tell.

Wat jij als pitchende ondernemer hebt aan Show, don’t tell?  Ik had er het volgende aan, sterker nog, ik won er mijn eerste bedrijfsfilmpje mee!

Pitchwedstrijd

Ik wist vooraf dat er allemaal ondernemers aanwezig zouden zijn. Ik kon mijn verhaal daarom eenvoudig aanpassen aan deze doelgroep: ondernemers. Ik koos een herkenbare situatie die deze doelgroep zou aanspreken. Dit was mijn pitch:

 

Deze pitch leverde me bovenstaande filmpje, gemaakt door Mootiv op.

Jij bent ondernemer en je hebt een verhaal over je product of dienst.
Dat verhaal wil je delen met je klanten. Je vertelt erover, je bent enthousiast, je geeft antwoord op de vragen van je klant en je deelt je kennis.

Datzelfde verhaal wil je ook kwijt op je website, op je Facebookpagina in je blog of misschien in een brochure of folder die je laat maken.

Eitje, toch?

Je gaat zitten, opent je tekstverwerker en je staart naar die knipperende cursor.
Je schrijft een paar woorden, maar al heel snel wordt de delete-knop je beste vriend.

Je kijkt op je horloge en je bedenkt dat je echt wel wat beters te doen hebt. Jouw bedrijf vraagt je aandacht!

Die tekst komt wel. Volgende week, volgende maand, of misschien…
In elk geval: vóór het einde van het jaar. Dan is die tekst er wel.

Herkenbaar?

Van uitstel, komt afstel.

Maar er is een oplossing. Die oplossing heet: Lisette van de Heg. Ik ben tekstschrijver en ik vertel jouw verhaal in duidelijke taal.

 

Niet alleen was ik een pitchervaring rijker. Ik kreeg ook nog eens de kans om de pitch op te laten nemen in een opnamestudio.

Prachtig toch?!

Storypitch

Een week nadat ik met deze pitch de wedstrijd won, was ik bij een lezing.

Presentatiecoach Gabriëlle Dick noemde de term ‘storypitch’ en paste het meteen toe. Ik herkende de opbouw direct, want die had ik een week eerder zelf gebruikt.

Ik dacht enthousiast: Pitchen kan en mag dus ook anders!

XYZ-pitch of storypitch?

Maakt het uit of je een formule gebruikt voor je pitch, of dat je de pitch aankleedt met een verhaal? Nee, ik denk niet dat het daarom draait.
De belangrijkste les die ik leerde was: pitch op de manier die bij jou past. Ga na wat je prettig vindt en dwing jezelf niet in de succesformule van een ander.
Want het is jouw verhaal. Jouw product. Jouw dienst.
En jouw elevatorpitch.

Wat vind jij een fijne manier van pitchen?

 

De netwerkborrel, lastig of leuk?

De netwerkborrel, lastig of leuk?

Netwerken, is dat nu lastig, of leuk?
3 lessen over netwerken die we kunnen leren van kleine kinderen én mijn persoonlijke tips om enthousiast thuis te komen na een netwerkborrel.

Netwerken

Om een gezond bedrijf op te bouwen, moet jij – net als ik – netwerken.
Dat is belangrijk, want zonder netwerk geen klanten.
Zonder klanten, geen inkomen.
En zonder inkomen… problemen.

Maar het punt is: ‘Ik ben niet zo’n netwerker. Waar moet ik beginnen?’

Netwerken is als spelen in de zandbak

Er is altijd wel een zandbak in de buurt. Of het nu in de achtertuin bij de buren is of in het speeltuintje verderop in de straat: kinderen weten die zandbak feilloos te vinden. Ik denk dat kinderen een antenne hebben die ze vertelt waar ze leuk kunnen spelen. Ze houden hun ogen en oren goed open, zodat ze gebruik kunnen maken van de eerstvolgende beschikbare zandbak.

Les 1: Er is altijd wel een netwerk in de buurt.

‘In de buurt’ gaat over jouw eigen netwerk. Want ja, dat netwerk heb je al! Ook als beginnende ondernemer. Je hebt vrienden, familie, buren, oud-collega’s en social media contacten. Het is de zandbak die in je eigen achtertuin ligt. Je hoeft er alleen maar in te stappen en te vragen:
‘Wil je spelen?’

Les 2: Stel gewoon je vraag of vertel je verhaal.

Keer op keer valt het me op hoe kleine kinderen onbevangen op andere kinderen afstappen en vragen: ‘Wat doe jij? Mag ik meedoen?’
Ze doen niet moeilijk, bedenken geen ingewikkelde strategie en kletsen er niet omheen. Ze zeggen gewoon wat ze bedoelen.

Zo kun jij in je eigen netwerk vertellen wat je bezighoudt. Het is die eerste stap, de zandbak in. Het is de stap die ik vrij eenvoudig vond om uit te voeren. Ik ben voor mezelf begonnen. Wil je meedenken? Weet jij iemand die me kan helpen met…?

Doordat ik mijn eigen netwerk vertelde over mijn stap om zelfstandig tekstschrijver te worden, pitchte ik ongemerkt iedere keer mijn boodschap. En die oefening hielp me om in een later stadium ook bij onbekenden te pitchen.

Les 3: Durf te delen.

‘Mag ik jouw schepje?’
‘Ja hoor,’ zeg je, want jij bent met je harkje bezig en hebt die schep nu niet nodig.

Delen is eenvoudig. Jij hebt kennis en vaardigheden die een ander niet heeft. Van delen wordt je altijd beter. Door een ander wat te gunnen, word je een mooier mens.

Is het dan zo eenvoudig, dat netwerken?

Nee, voor mij niet. Het begint al bij de locatie. Ik heb een hekel aan autorijden. Netwerken is prima, maar wel een beetje in de buurt graag. En dan wil ik dat er een goede parkeergelegenheid is. Liever geen ondergrondse garage, niet te krap, niet langs een gracht, niet diep in een binnenstad.

Ik raadpleeg Google Maps en Street View en bedenk een strategie om levend aan te komen.

Je begrijpt: voordat ik überhaupt in het zaaltje bén, heb ik al een flinke inspanning geleverd.
En dan komt het volgende. Zodra ik buiten mijn eigen zandbak kom en in een nieuwe stap wordt het veel spannender.

Ik móet mensen spreken. Daarvoor ben ik hier! Maar ik ken helemaal niemand.
Bij de deur word ik gelukkig vriendelijk begroet, maar ik kan moeilijk bij die ingang blijven staan.
Doorlopen maar.
En daar sta ik dan. Met een drankje. In mijn eentje. Een stapel visitekaartjes in mijn tas. Ik kijk wat om me heen en zie allemaal mensen. Druk in gesprek. Ze kennen elkaar natuurlijk allemaal al jaren…

netwerkborrel visitekaartjes

😮 Wat doe ik hier!?

Netwerken is als spelen in de zandbak

Ik ben meerdere keren in een nieuwe zandbak gestapt en vond dat best lastig. Maar ik heb er onder andere dit van geleerd: het is heel menselijk om te netwerken. Wij zijn relationele wezens. Het is leuk om anderen te ontmoeten, het is leuk om verassende gesprekken te voeren. En ja, het is ook leuk als daar opdrachten uit voortkomen.

Deze tips helpen mij om enthousiast terug te komen van een netwerkborrel:

1. Ik mag van mezelf van tevoren geen zin hebben. (Dan kan het alleen maar mee vallen.)
2. Ik houd in mijn achterhoofd dat ik niet de enige ben die ‘niet zo’n netwerker is’. (Dat heb ik ergens gelezen en dat wil ik graag geloven.)
3. Ik ga alleen.

Dat is de beste tip: ga alleen naar die netwerkborrel

Stel: je gaat samen met je vriendje naar de zandbak. Jullie hebben allebei een emmer en schepje bij je en maken samen plannen om het aller- allergrootste zandkasteel ooit te bouwen met de aller- allermooiste gracht er omheen. Jullie komen aan bij de zandbak en gaan direct aan de slag.

Dat er nog andere kinderen zijn, zien jullie niet, want jullie zijn alleen met elkaar en met het zandkasteel bezig.

Wil je netwerken? Ga alleen naar die bijeenkomst. Echt, het werkt. Ik ben nu meerdere keren alleen gegaan en daardoor stond ik automatisch meer open voor anderen.

Even de tijd nemen om te observeren leert dat:

  • je groepjes van 2 niet moet infiltreren (spionagewoord B) ) maar groepjes van 3 wel (met die derde persoon raak je gemakkelijker in gesprek dan met die 2 die al op elkaar gefocust zijn).
  • er nog iemand voor muurbloempje speelt en dat diegene het superfijn vindt om een gesprek met je te beginnen.
  • er mensen zijn die zich voor je openstellen. Ze knikken je toe of glimlachen en ja hoor: je kunt aanhaken in een gesprek!
  • de organisatoren van de borrel vaak ook nagedacht hebben over dit ‘probleem’. Je moet (en iedereen met jou) bijvoorbeeld verplicht speeddaten. Voila: probleem opgelost.

Ruzie in de zandbak

Het meisje naast je krijgt zand in haar ogen en schreeuwt dat je het expres deed. Ze huilt en de andere kinderen bemoeien zich ermee. Voordat je het weet, is het oorlog in de zandbak. Scheppen en harken worden wapens. Zand vliegt door de lucht. Geschreeuw, gehuil en vluchtende kinderen. Voordat je het weet is iedereen vertrokken en ligt er alleen nog een eenzaam emmertje.

Soms loopt het gewoon niet zoals je graag had gewild.
Maar dat wil niet zeggen dat je nooit meer naar die zandbak moet terugkeren. Even slikken, accepteren en weer doorgaan.

Want ook dat kunnen we van kinderen leren: ze staan weer op nadat ze gevallen zijn.

Wat is jouw beste netwerktip?

Schrijf betere teksten met deze 5 uitgangspunten

Schrijf betere teksten met deze 5 uitgangspunten

Een tekst schrijven? Doe het goed en houd je lezers vast.

Schrijf betere teksten

Veel mensen vragen me waar ze op moeten letten als ze gaan schrijven. Ik heb daarom 5 uitgangspunten op een rijtje gezet die jou helpen om een goede tekst te schrijven. Met deze regels in je achterhoofd kun je jouw teksten stap voor stap verbeteren. Het zijn regels die iedereen kan toepassen en die dus niets te maken hebben met de vraag: ‘Ben ik wel creatief genoeg om te schrijven?’ Of met de opmerking: ‘Ik heb geen inspiratie om te schrijven!’

  1. Bepaal je onderwerp
  2. Bepaal het doel van je tekst
  3. Bepaal de doelgroep van je tekst
  4. Besef waar en hoe jouw tekst verschijnt
  5. Schrijf netjes (wees lief voor je lezer)

Wat me opvalt is dat veel mensen minstens één, maar vaak meerdere van bovenstaande regels vergeten toe te passen. Best kans trouwens dat mijn lijstje niet compleet is, dus als ik aanvullingen bedenk of ingefluisterd krijg, maak ik het langer.

1. Bepaal je onderwerp

Hoe logisch het misschien ook klinkt: het bepalen van je onderwerp is één van de belangrijkste stappen die je moet zetten, wil je een goede tekst schrijven. Door je onderwerp te bepalen (en af te bakenen) houdt je tekst samenhang.

Is het je wel eens overkomen dat je op een feestje zit en degene naast je begint te vertellen over, ik noem maar wat, de aanrijding die ze meemaakte. Je gaat wat rechterop zitten, je begrijpt ineens waar dat blauwe oog en die dikke wang vandaan komen en je verwacht alles te horen over een gelukkig-heb-ik-er-niet-meer-aan-overgehouden-dan-dit verhaal. Maar in plaats daarvan vertelt je buurvrouw over de boodschappen die ze deed, de harde muziek in de supermarkt en het praatje dat ze maakte met een bekende die ze tegenkwam. Die haar trouwens een roddel vertelde over…

En blijf bij je onderwerp!

Hè, ze had toch een aanrijding?

Je gedachten dwalen af en je probeert een smoesje te verzinnen om je te verontschuldigen en weg te komen. Wat ze vertelt dringt niet meer tot je door, totdat haar stem ineens uithaalt en je aandacht wel terug móet keren: ‘Ik ben nog nooit ZO geschrokken!’ Ze kijkt je aan en je weet dat je iets gemist hebt.

Namelijk: de essentie van haar verhaal. De aanrijding.

Je wilt niet dat je lezers afhaken op wat je te vertellen hebt. Lezers hebben een verwachting. Jij moet aan die verwachting voldoen. Bepaal daarom je onderwerp en blijf daarbij!

2. Bepaal het doel van je tekst

Vreemd genoeg maak ik regelmatig mee dat iemand een tekst wil schrijven, omdat… Ja, waarom eigenlijk?
Er zijn wel redenen hoor, bijvoorbeeld iets als: we sturen elke maand een nieuwsbrief, dus nu ook. Of: ik moet regelmatig bloggen, dus nu ook. Of: ik wil iets meer van mijn bedrijf laten zien

Gewoonte is geen goed uitgangspunt voor een tekst. Je moet een reden hebben om te schrijven. Bijvoorbeeld:

  • je hebt kennis waar je lezer slimmer van wordt
  • je hebt een nieuw product dat de lezer de oplossing van een probleem biedt
  • je hebt een actie die de lezer voordeel oplevertdoel van je tekst


Toch heb je nu nog geen doel bepaald. Er hoort meer bij. Een paar voorbeelden om het duidelijk te maken: 

  • Je bent modeblogger en je vertelt je lezer wat de nieuwe trends zijn voor het komende seizoen. Je doel is: jouw lezers op de hoogte houden van actueel modenieuws.
    Een achterliggend doel kan zijn dat je deze lezers ook in de toekomst wilt kunnen bereiken. Jouw tekst moet de lezer zo enthousiast maken dat ze hun e-mailadres geven in ruil voor jouw e-boek met modetips. 
  • Je hebt een nieuw product ontwikkeld dat het rendement van verouderde zonnepanelen verhoogt. Je doel is: mensen bekend maken met je nieuwe product. Je gebruikt een pakkende advertentie.
    Een achterliggend doel kan zijn dat deze lezers kopers worden van jouw nieuwe product. Vanuit de advertentie klikken geïnteresseerden door naar je website waar je hen met informatie, reviews, cijfers en feiten overtuigd van het nut van jouw product.
    Je plaatst een ‘Koop nu’ knop.
  • In de wintermaanden heb je als hovenier minder werk, dus je vertelt in je tekst dat het tarief voor een tuinontwerp ’s winters lager ligt. Jouw doel is om ook in de winter een vaste inkomstenbron te genereren én om de werkdruk in de zomer te verminderen. Je plaatst een ‘Profiteer nu het nog kan’ knop in de winter en een ‘Voordelig tuinontwerp knop’ in de zomer. 

Schrijf niet zomaar wat op, maar bepaal het doel van je tekst. Wat wil je dat de lezer weet of doet na het lezen van jouw tekst?

3. Bepaal de doelgroep van je tekst

Ken je doelgroep en schrijf teksten die hen aanspreken. Dat scheelt jou tijd en je lezers ergernis. Niet iedereen wil alles lezen. Houd in je achterhoofd voor wie je schrijft en pas daar je aanspreekvorm op aan. Schrijf je voor bejaarden of voor kinderen? Kies in het eerste geval voor u, in het tweede geval voor jij.
Schrijf je voor vakgenoten? Vaktaal verbindt jullie en je kunt uitleg over bepaalde zaken weglaten. Je wilt je collega’s niet betuttelen. Schrijf je voor leken, dan gebruik je liever niet teveel vaktermen en leg je sommige dingen duidelijk uit.

Hoe bepaal je de doelgroep?

Geef antwoord op de vraag: voor wie schrijf ik deze tekst? Haal je een concrete persoon voor de geest die jouw doelgroep vertegenwoordigt. Schrijf alsof het alleen voor die ene persoon is. Geef hem een naam, een leeftijd en een beroep die passen bij je doelgroep, bijvoorbeeld: Robert, 43 jaar oud en zelfstandig ondernemer.

Denk steeds aan Robert. Vraag jezelf af: is dit wat Robert wil weten? Dwaal ik niet af van het onderwerp?
Vraag Robert tijdens en na het schrijven of je tekst saai is, eenvoudig, moeilijk, vrolijk, somber.

Verschillende schrijftechnieken

Je kunt verschillende technieken toepassen om je doelgroep aan te spreken en de aandacht van je lezers vast te houden. Een paar voorbeelden:

  • trek je lezer met een vraag de tekst in (en geef natuurlijk ook het antwoord)
  • bied de lezer een oplossing voor zijn probleem
  • maak gebruik van spanningsbogen en: probeer eens een goede cliffhanger
  • gebruik voorbeelden
  • laat de lezer pijn voelen
  • of juist opluchting

Trek je lezer met een vraag je tekst in

‘Waarom gaan mijn plantjes dood?’ zou zo’n vraag kunnen zijn. Je kunt een tekst schrijven waarin mogelijke oorzaken aan bod komen en waarin je symptomen beschrijft van de stervende plantjes. Gaan de bladeren slap hangen? Dan geef je misschien te weinig water. Worden de bladeren geel, dan krijgt de plant misschien teveel zon.

Bied de lezer een oplossing voor zijn probleem

Het probleem van je lezer is: jeukende huid. Jij hebt de oplossing: een crème die wonderen doet. Je overtuigt de lezer met gebruikerservaringen of testresultaten van het nut van jouw crème.

Maak gebruik van spanningsbogen en: probeer eens een goede cliffhanger

Een goede spanningsboog geeft de lezer genoeg om over na te denken om door te willen lezen. Je houdt een spanningsboog in stand door af en toe vragen op te werpen die je ook regelmatig beantwoordt.
Een cliffhanger zet de lezer bij wijze van spreken op het puntje van de stoel en zorgt dat hij niet langer wil (of kan) wachten. Soapseries hebben de cliffhanger nog net niet uitgevonden, maar iedere aflevering eindigt ermee. De kijker wordt zo getriggerd om de volgende dag opnieuw aan te haken en verder te kijken. Cliffhangers in teksten staan vaak aan het eind van een hoofdstuk (zodat je toch nog even verder leest en uiteindelijk de halve nacht… Terwijl je eigenlijk vroeg moest gaan slapen…) of aan het eind van een artikel/ blogpost: er wordt bijvoorbeeld alvast vooruitgewezen naar een volgende bijdrage.Spanningsboog in een tekst

Gebruik voorbeelden

Ik gebruik regelmatig voorbeelden. Over plantjes die dood gaan, huid die jeukt, een hovenier die een speciale winteraanbieding heeft, enzovoorts. Dat doe ik om de theorie te vertalen naar de praktijk. Je gaat het voor je zien. Een voorbeeld brengt theorie dichterbij, zorgt voor herkenning en maakt het makkelijker om die theorie zelf toe te passen.

Laat de lezer pijn voelen

Hier houd ik zelf eigenlijk wat minder van. Tenminste, als het gaat om producten te verkopen. Het is een truc die bijvoorbeeld boekingsites vaak toepassen: je moet nu beslissen, want er zijn nog maar 3 van deze hotelkamers beschikbaar. Je wordt bang dat je iets zal verliezen. In dit geval: die perfecte hotelkamer. Terwijl je nog nadenkt, ziet je de 3 veranderen in een 2. Je moet nu, snel beslissen, want anders…

Of laat de lezer opluchting voelen

Dat vind ik de vriendelijker variant van de vorige. Persoonlijk heeft die mijn voorkeur. Je kunt een lezer opluchting laten voelen door informatie te delen waar de lezer naar op zoek is. Jij hebt bijvoorbeeld informatie voor iemand die geschrokken is omdat de hond een knikker heeft doorgeslikt. Of je hebt de perfecte oplossing voor inktvlekken in iemands dure blouse.

4. Waar en hoe verschijnt jouw tekst?

Een krantenartikel is anders opgebouwd dan een fictieboek. Een boek is anders dan een sollicitatiebrief. Een blog verschilt van een interview.
Onbewust weet je dit wel. Het punt is dat je je er ook bewust van moet zijn op het moment dat je zelf een tekst schrijft. In welke vorm en in welk medium verschijnt jouw tekst. Online of offline? Ieder medium kent zijn eigen doelgroep en zijn eigen format.

Inhoudelijk is er natuurlijk ook wat te zeggen over de verschillende verschijningsvormen van een tekst. Een krantenartikel heeft als doel mensen te informeren. Er wordt gebruik gemaakt van een kop, een lead en vervolgens komt broodtekst. Een boek is opgedeeld in hoofdstukken die structuur bieden. Daarnaast vind je in een boek een inleiding of introductie, in het midden de kern en aan het einde de afronding of de conclusie.

In een blog, of meer algemeen, op het internet heeft ‘schrijven zoals je praat’, de voorkeur boven de meer als ouderwets ervaren ‘schrijftaal’. Vermijd woorden die je ook niet gebruikt als je met vrienden in de kroeg zit (tevens, immers, daarentegen) én spreek je lezer rechtstreeks aan.

Een interview kan op verschillende manieren naar papier vertaald worden, maar vaak zie je iets terug van het oorspronkelijke vraag-en-antwoord gesprek dat is gevoerd. Soms staan de vragen letterlijk boven de alinea’s, soms zijn de vragen verweven in de tekst. Er is vaak een afwisseling tussen het letterlijk citeren van de geïnterviewde en informatieve tekst.

5. Schrijf netjes (wees lief voor je lezer)

‘Ik ben niet goed in grammatica, dus deze regel sla ik over.’

Als dat je eerste gedachte is en je wilt geen tijd steken in het grammaticaal verbeteren van je teksten, lopen jouw lezers weg. Sterker nog: ik ben ervan overtuigd dat jij je geloofwaardigheid als professional verliezen. Hoe groot je vakkennis ook is, als die kennis slecht op papier staat, overtuig je niemand.

Maar troost je: ook als je niet goed bent in taal en grammatica, zijn er manieren om je tekst te verbeteren.

Maak gebruik van hulpmiddelen die er zijn. Dat is allereerst de spellingcontrole in je schrijfprogramma. Dit programma heeft niet altijd gelijk, maar is wel een heel prima start om de eerste (en ergste) fouten te verwijderen. Zelf ben ik ook een groot fan van de website woordenlijst.org. Als ik twijfel over de schrijfwijze van een woord, controleer ik hier even hoe het zit. Verder zijn er voldoende handboeken (bijvoorbeeld de Schrijfwijzer van Jan Renkema) en websites te vinden die je op weg helpen als je vragen hebt.

Voorkom dat je lezers kwijtraakt

Soms kun je trucjes toepassen om ingewikkelde woorden of zinsconstructies te vermijden. Wel of geen komma, of misschien zijn – gedachtenstreepjes – beter? Een -d, een -t of -dt? Hoe zit het met citaten? Schrijf je erin of er in? Vermijd dit soort ellende als je twijfelt. Knip die lange zin op in twee kortere. Houd voor de keuze van gedachtenstreepjes in je achterhoofd dat je ze mag gebruiken, maar met mate. En die -d, -t, of -dt? Kijk op Google. Vaak heeft iemand de vraag al eens gesteld en vind je jouw antwoord. Kom je er toch niet uit?

Durf hulp te vragen!

Heb je nog nooit over bovenstaande problemen nagedacht? Dan zie je pijnpunten in je eigen tekst misschien niet en doe je er goed aan iemand in te schakelen die het wel ziet. Want dat is de eerste stap: zie wat valkuilen zijn. De tweede stap is: trap er niet in.

Het getuigt van respect voor je lezer om je te verdiepen in de manier waarop je een tekst correct schrijft. Daarbij horen niet alleen voorbeelden zoals ik hierboven noemde. Er hoort ook bij dat je nadenkt over de opbouw en de lay-out van je tekst. We kennen niet voor niets: alinea’s, koppen, opsommingstekens, hoofdletters, aanhalingstekens en witregels. GEBRUIK ZE!

5 stappen die ook jouw teksten beter maken

Ik ben ervan overtuigd dat ook jouw teksten beter worden als je rekening houdt met onderstaande vijf stappen.

  1. Bepaal je onderwerp
  2. Bepaal het doel van je tekst
  3. Bepaal de doelgroep van je tekst
  4. Besef waar en hoe jouw tekst verschijnt
  5. Schrijf grammaticaal netjes (wees lief voor je lezer)
Hoe schrijf je een goede tekst?

Hoe schrijf je een goede tekst?

In een goede tekst blijft de lezer doorlezen. Maar wat onderscheidt de ene tekst van de andere? Waarom is de ene tekst goed en de andere tekst niet? Wat zorgt ervoor dat een lezer blijft lezen? Kortom, hoe schrijf je een goede tekst?

Er zijn verschillende bouwstenen voor een goede tekst. Herkenbaarheid is een sleutelwoord. De lezer herkent (iets van) zichzelf en voelt zich verbonden met de tekst.

Een goede tekst is herkenbaar voor de lezer

Als mensen zich herkennen in de tekst, raken ze getriggerd om door te lezen. Dat herkennen is heel breed, maar is bijna altijd te herleiden tot emoties. Iemand die blij, bang, opgewonden, verbaasd of verdrietig wordt van iets wat hij leest, leest sneller door. Iedere emotie heeft het in zich om lezers te binden of tot actie aan te zetten. Het is belangrijk om die emoties te leren herkennen. Daarna kun je ze inzetten in je teksten. Een paar voorbeelden om het te verduidelijken:

PlezierEmoties

Ik solliciteerde vandaag naar een nieuwe baan. De manager gaf me zijn laptop en zei: ‘Ik wil dat je probeert om mij deze computer te verkopen.’
Ik nam de laptop onder mijn arm, liep naar buiten en ging naar huis.
Aan het eind van de middag ging mijn telefoon. Het was de manager: ‘Breng die laptop nu terug!’
Ik zei: ‘Voor 200 euro is hij voor jou.’

Angst

  • Een tijdklok die aftelt
  • Een aantal dat langzaam terugloopt
  • Een aanbieding die alleen geldig is op die ene beursdag
  • Een opsomming van (nadelige) gevolgen wanneer je geen actie onderneemt

Woede

‘Ikzelf krijg als directeur 50% loonsverhoging. En omdat het zo goed gaat met de zaak, heb ik besloten dat jullie ook een beloning krijgen. 0,3% extra, is dat niet fijn?!’

Verbazing

In dit artikel vertel ik jou hoe je met de inzet van 1 euro over dertig dagen miljonair kunt zijn.

Verdriet

For sale. Babyshoes, never worn.
(Dit is waarschijnlijk het bekendste, kortste verhaal dat er is. Het werd lang toegeschreven aan Hemingway, maar er zijn twijfels of hij de auteur wel is.)

Emotie – herkenning – (re)actie

Waarschijnlijk heb je gemerkt dat deze voorbeelden iets met je doen. Een glimlach om het grapje. De herinnering aan de hotelkamer die je boekte nadat de melding “DEZE KAMER IS ZOJUIST GEBOEKT. NOG MAAR 1 BESCHIKBAAR” verscheen. Je verontwaardiging over het nieuws dat de topman van een bank zo’n grote loonsverhoging kreeg, terwijl je zelf al jarenlang voor hetzelfde loon werkt. De vraag hoe het mogelijk is om in dertig dagen van 1 euro een miljoen euro’s te maken. De verdrietige herinnering aan het overlijden van een kind in je omgeving.

De verschillende emoties roepen op tot verschillende (re)acties

  • Het grapje maakt jou welwillend om ook de rest van de boodschap van de grappenmaker aan te horen. Je gaat er eens goed voor zitten.
  • Deze hotelkamer is perfect. Die wil je niet missen, zoals je de vorige keer wel overkwam. Snel doe je de boeking.
  • Je bent verontwaardigd over de salarisverhoging en stapt naar een journalist om dit onrecht aan de kaak te stellen.
  • Jouw verbazing over een claim om in dertig dagen 1 euro om te zetten in 1 miljoen euro, zorgt dat je doorleest. Je wilt weten hoe je dat doet.
  • Jouw verdrietige herinnering, zorgt voor verbondenheid met de nabestaanden. Je leeft met ze mee, omdat je weet hoe fijn dat is in deze situatie.

Een goede tekst is herkenbaar

Herkenning zit vaak in emotie. Iedere lezer heeft ervaring met blijdschap, met angst, met opwinding, verbazing en verdriet. Je wilt iets vaker meemaken (plezier) of juist niet (angst). Mensen, waar ook ter wereld, delen emoties. Emotie verbindt mensen met elkaar door de herkenning die er is. Een tekst die de emotie van de lezer raakt, zorgt daarom dat een lezer blijft doorlezen.

En dat is wat iedere schrijver wil.

PS: de emotie ‘walging’ heb ik niet genoemd, hoewel deze wel in het rijtje met basisemoties voorkomt. Horrorboeken of -films, smerige plaatjes, walgelijke teksten: ik ben er niet weg van. Vandaar.

6 schrijftechnieken om de aandacht van je lezers vast te houden

6 schrijftechnieken om de aandacht van je lezers vast te houden

Ik schreef al eerder dat het belangrijk is om lief te zijn voor je lezers en beloofde toen dat ik meer tips zou geven die je helpen de aandacht van je lezers vast te houden. Je kunt verschillende schrijftechnieken toepassen om dit te bereiken. Ik heb er een paar op een rijtje gezet en voorzien van een korte uitleg, zodat je er zelf mee aan de slag kunt.

6 schrijftechnieken die je helpen de aandacht van je lezers vast te houden

  1. trek je lezer met een vraag de tekst in (en geef natuurlijk ook het antwoord)
  2. bied de lezer een oplossing voor zijn probleem
  3. maak gebruik van spanningsbogen en: probeer eens een goede cliffhanger
  4. gebruik voorbeelden
  5. laat de lezer pijn voelen
  6. of juist opluchting

Trek je lezer met een vraag je tekst in

‘Waarom gaan mijn plantjes dood?’ zou zo’n vraag kunnen zijn. Je kunt een tekst schrijven waarin mogelijke oorzaken aan bod komen en waarin je symptomen beschrijft van de stervende plantjes. Gaan de bladeren slap hangen? Dan geef je misschien te weinig water. Worden de bladeren geel, dan krijgt de plant misschien teveel zon.

Als je wilt ontdekken welke vragen jouw doelgroep heeft, is het allereerst belangrijk om je oren goed open te houden wanneer je praat met je doelgroep. Mensen komen bij jou omdat je een bepaald product of dienst aanbiedt. Ze stellen je daar regelmatig vragen over. Noteer die vragen in een schriftje en je hebt direct geschikte onderwerpen te pakken.

Je kunt ook op een andere manier achter de vragen van je doelgroep komen. Ga zelf eens Googlen en kijk met welke suggesties Google komt. Dit zijn gerelateerde vragen die andere zoekers al eerder stelden. Een prima uitgangspunt voor jouw tekst!

Bied de lezer een oplossing voor zijn probleem

Heel veel mensen zoeken op internet naar oplossingen voor problemen. Of het nu gaat om problemen met hun gezondheid, problemen met hun computer, hun huisdier, hun tuin, hun woning, hun fiets, hun…

Vul. Maar. In.

Mensen zoeken oplossingen voor problemen. Teksten die de problemen benoemen en die oplossingen bieden, worden veel gelezen. Wat bij deze categorie teksten heel goed past, zijn testimonials van gebruikers die positieve ervaringen hebben met jouw oplossing van het probleem.

Probleem: de katten van de buren gebruiken mijn tuin als kattenbak.
Oplossing: jij hebt een geluidskastje dat met de hoge tonen (die mensen niet kunnen horen) katten uit de buurt houdt.

Natuurlijk heb jij meer te vertellen over dit product. Je biedt een oplossing voor het probleem en je geeft direct antwoord op vragen die mensen over jouw oplossing hebben. Mensen willen weten of de hoge tonen schadelijk zijn voor zichzelf, voor hun kinderen of voor de katten. Mensen willen weten wat het kost, wat het energieverbruik is, wat het bereik is, enzovoorts, enzovoorts.

Maak gebruik van spanningsbogen en: probeer eens een goede cliffhanger

Een goede spanningsboog geeft de lezer voortdurend kleine prikkels om door te lezen. Veel teksten hebben één grote, overlappende spanningsboog: de centrale vraag.
Denk aan een thriller: wie heeft de moord gepleegd?  Die grote vraag speelt voortdurend op de achtergrond.
Tijdens het lezen worden kleinere vragen opgeworpen die de schrijver regelmatig beantwoordt. De zus had een motief, is zij de dader? Waarom ligt het moordwapen bij die collega? Hoe kan het dat de moordenaar door niemand gezien is, terwijl er zoveel mensen in de buurt waren?

Spanningsboog in een tekst

Je houdt een spanningsboog in stand door steeds nieuwe vragen op te werpen die je ook regelmatig beantwoordt.

Waarschijnlijk schrijf jij geen thriller, maar een zakelijke tekst. Ook dan kun je bovenstaande toepassen. Je hebt de overlappende spanningsboog: het doel van je tekst, de reden dat je die tekst schrijft. En je lost voortdurend deelantwoorden op die grote vraag in. (Zoals in het voorbeeld hierboven: je lost het kattenprobleem op én je geeft antwoord op de vragen hoe je dat doet en wat dit voor gevolgen heeft voor mens, dier en portemonnee)

Een goede cliffhanger

Een cliffhanger zet de lezer bij wijze van spreken op het puntje van de stoel en zorgt dat hij niet langer wil (of kan) wachten. Soapseries hebben de cliffhanger nog net niet uitgevonden, maar iedereen weet dat iedere aflevering ermee eindigt. De kijker wordt op deze manier getriggerd om de volgende dag opnieuw aan te haken en verder te kijken.

Cliffhangers in teksten staan vaak aan het eind van een hoofdstuk (zodat je toch nog even verder leest en uiteindelijk de halve nacht wakker blijft, terwijl je eigenlijk vroeg wilde gaan slapen…) of aan het eind van een artikel/ blogpost: er wordt bijvoorbeeld alvast vooruitgewezen naar een volgende bijdrage.

Gebruik voorbeelden

Ik gebruik regelmatig voorbeelden. Over plantjes die dood gaan, huid die jeukt, een hovenier die een speciale winteraanbieding heeft, enzovoorts. Dat doe ik om de theorie te vertalen naar de praktijk. Je gaat het voor je zien.

Een voorbeeld zorgt voor herkenning en maakt het makkelijker om de theorie zelf toe te gaan passen.

Laat de lezer pijn voelen

Wanneer deze techniek wordt gebruikt om de aandacht van een lezer te trekken, vind ik het een leuke manier van schrijven. Maar zelf houd ik er wat minder van wanneer dit als verkooptruc wordt gebruik. Boekingssites passen het vaak toe: je moet nu beslissen, want er zijn nog maar 3 van deze hotelkamers beschikbaar. Je wordt bang dat je iets zal verliezen. In dit geval: die perfecte hotelkamer. Terwijl je nog nadenkt, ziet je de 3 veranderen in een 2. Je moet nu, snel beslissen, want anders…

Laat de lezer pijn voelen

Er zijn veel varianten van deze ‘laat de lezer pijn voelen’ teksten, maar meestal hebben ze het volgende gemeen: je wordt als lezer iets prachtigs voorgespiegeld. Iets wat helemaal van jou kan zijn. Iets wat uniek is. Eenmalig. En supervoordelig.

Maar dan moet je wel nu – NU – beslissen.

Of laat de lezer opluchting voelen

Dat vind ik de vriendelijker variant van de vorige. Persoonlijk heeft die mijn voorkeur. Je kunt een lezer opluchting laten voelen door informatie te delen waar de lezer naar op zoek is. Jij hebt bijvoorbeeld informatie voor iemand die geschrokken is omdat de hond een knikker heeft doorgeslikt. Of je hebt de perfecte oplossing voor inktvlekken in iemands dure blouse.

Vaak gaat het om lezers die ergens flink van geschrokken zijn. En heb jij als schrijver een (eenvoudige) oplossing waardoor de schrik verdwijnt. Je helpt mensen. Hoe fijn is dat?

Ik heb je geen opluchting laten voelen met deze blog, maar hopelijk heb je er wel wat aan gehad. Voel je vrij om te reageren of vragen te stellen, dat vind ik altijd leuk!

Voorkom dat je lezers kwijtraakt

Voorkom dat je lezers kwijtraakt

Wat je ook schrijft, je wilt dat jouw tekst van begin tot einde gelezen wordt. Je hebt bepaald wat het onderwerp en het doel van je tekst is. Ook weet je voor wie je schrijft. Maar hoe nu verder?

Er zijn allerlei manieren om de aandacht van je lezer vast te houden. De meest directe heb ik voor mezelf samengevat als:

Wees lief voor je lezer

Daarmee bedoel ik dat je het een lezer niet onnodig moeilijk maakt. In onze taal en grammatica maken we gebruik van regels. Dat is niet voor niets. We beginnen een zin met een hoofdletter en eindigen die met een punt. Ook namen krijgen een hoofdletter. En als we iemand citeren zetten we dit tussen aanhalingstekens. De lezer heeft houvast aan deze bekende afspraken.

Wees lief voor je lezer betekent in de eerste plaats dat je deze simpele regels toepast:

  • hoofdlettergebruik
  • interpunctie

Vermijd taalfouten

Je bent ook lief voor je lezer wanneer je taalfouten vermijdt. Deze fouten vormen struikelblokken die ervoor kunnen zorgen dat een lezer afhaakt. Ik bedoel hier niet dat grote artikel of die dikke pil waarin her en der een foutje staat.

Ik bedoel teksten vol -d, -t en -dt fouten, teksten waar het bezittelijk voornaamwoord jouw om de haverklap verkeerd gebruikt wordt. Of niet gebruikt wordt. Teksten waarin een woord als abonnee steeds anders gespeld wordt: abbonnee, abbonee, abonné.

Ik haak af.
En de schrijver – misschien expert op zijn vakgebied – verliest geloofwaardigheid. Zonde!

 

Voorkom dat je lezers kwijtraakt

Breng structuur aan

Je bent ook lief voor de lezer als je de tekst een fijne structuur meegeeft. Hoe de structuur eruit ziet heeft te maken met het soort tekst dat je schrijft: schrijf je een brief, een artikel, een interview of een blog?
Of je tekst online of offline verschijnt, heeft ook gevolgen voor de structuur die je toepast.

 

De regel die altijd geldt: vermijd aaneengesloten blokken tekst. Maak gebruik van witregels en creëer alinea’s of hoofdstukken.

 

Schrijf je een boek? Hanteer als richtlijn dat er per pagina tenminste één, maar liever meer regels halverwege afgebroken worden of voeg een witregel in.

Schrijf je voor internet? Maak korte alinea’s van zo’n twee tot vijf regels. Wissel de lengte af. Maak je tekst scanbaar door opsommingstekens en koppen te gebruiken en gebruik afbeeldingen. (Note to self)

Voorkom dat je tekst saai wordt

Wees creatief in je woordgebruik. Voorkom zes keer hetzelfde woord in twee regels tekst. Kies liever een synoniem en schrap drie van die woorden. Weet je geen synoniem? Synoniemennet biedt vaak uitkomst.

Schrappen is sowieso belangrijk. Schrap elk overbodig woord. Vaak zijn dit bijvoeglijk naamwoorden en stopwoordjes.
En schrijf actief. Dat doe je door constructies in de voltooide tijd te vermijden.  Dus niet:

‘Ik heb die constructies vermeden, maar: ik vermijd die constructies.’

Nog een:

‘Ik had graag gewild dat Jan op bezoek was gekomen, maar hij had geen tijd.’
‘Ik wilde graag dat Jan op bezoek kwam, maar hij had geen tijd.’

 

Dat je lief bent voor je lezer, betekent dat je respect toont voor je lezer. Schrijf zo netjes mogelijk. Ken je valkuilen en schakel hulp in om die te vermijden.

 

Er zijn nog meer manieren om te voorkomen dat je lezer afhaakt. Daarover in een volgend blog!