Netwerken, is dat nu lastig, of leuk?
3 lessen over netwerken die we kunnen leren van kleine kinderen én mijn persoonlijke tips om enthousiast thuis te komen na een netwerkborrel.

Netwerken

Om een gezond bedrijf op te bouwen, moet jij – net als ik – netwerken.
Dat is belangrijk, want zonder netwerk geen klanten.
Zonder klanten, geen inkomen.
En zonder inkomen… problemen.

Maar het punt is: ‘Ik ben niet zo’n netwerker. Waar moet ik beginnen?’

Netwerken is als spelen in de zandbak

Er is altijd wel een zandbak in de buurt. Of het nu in de achtertuin bij de buren is of in het speeltuintje verderop in de straat: kinderen weten die zandbak feilloos te vinden. Ik denk dat kinderen een antenne hebben die ze vertelt waar ze leuk kunnen spelen. Ze houden hun ogen en oren goed open, zodat ze gebruik kunnen maken van de eerstvolgende beschikbare zandbak.

Les 1: Er is altijd wel een netwerk in de buurt.

‘In de buurt’ gaat over jouw eigen netwerk. Want ja, dat netwerk heb je al! Ook als beginnende ondernemer. Je hebt vrienden, familie, buren, oud-collega’s en social media contacten. Het is de zandbak die in je eigen achtertuin ligt. Je hoeft er alleen maar in te stappen en te vragen:
‘Wil je spelen?’

Les 2: Stel gewoon je vraag of vertel je verhaal.

Keer op keer valt het me op hoe kleine kinderen onbevangen op andere kinderen afstappen en vragen: ‘Wat doe jij? Mag ik meedoen?’
Ze doen niet moeilijk, bedenken geen ingewikkelde strategie en kletsen er niet omheen. Ze zeggen gewoon wat ze bedoelen.

Zo kun jij in je eigen netwerk vertellen wat je bezighoudt. Het is die eerste stap, de zandbak in. Het is de stap die ik vrij eenvoudig vond om uit te voeren. Ik ben voor mezelf begonnen. Wil je meedenken? Weet jij iemand die me kan helpen met…?

Doordat ik mijn eigen netwerk vertelde over mijn stap om zelfstandig tekstschrijver te worden, pitchte ik ongemerkt iedere keer mijn boodschap. En die oefening hielp me om in een later stadium ook bij onbekenden te pitchen.

Les 3: Durf te delen.

‘Mag ik jouw schepje?’
‘Ja hoor,’ zeg je, want jij bent met je harkje bezig en hebt die schep nu niet nodig.

Delen is eenvoudig. Jij hebt kennis en vaardigheden die een ander niet heeft. Van delen wordt je altijd beter. Door een ander wat te gunnen, word je een mooier mens.

Is het dan zo eenvoudig, dat netwerken?

Nee, voor mij niet. Het begint al bij de locatie. Ik heb een hekel aan autorijden. Netwerken is prima, maar wel een beetje in de buurt graag. En dan wil ik dat er een goede parkeergelegenheid is. Liever geen ondergrondse garage, niet te krap, niet langs een gracht, niet diep in een binnenstad.

Ik raadpleeg Google Maps en Street View en bedenk een strategie om levend aan te komen.

Je begrijpt: voordat ik überhaupt in het zaaltje bén, heb ik al een flinke inspanning geleverd.
En dan komt het volgende. Zodra ik buiten mijn eigen zandbak kom en in een nieuwe stap wordt het veel spannender.

Ik móet mensen spreken. Daarvoor ben ik hier! Maar ik ken helemaal niemand.
Bij de deur word ik gelukkig vriendelijk begroet, maar ik kan moeilijk bij die ingang blijven staan.
Doorlopen maar.
En daar sta ik dan. Met een drankje. In mijn eentje. Een stapel visitekaartjes in mijn tas. Ik kijk wat om me heen en zie allemaal mensen. Druk in gesprek. Ze kennen elkaar natuurlijk allemaal al jaren…

netwerkborrel visitekaartjes

😮 Wat doe ik hier!?

Netwerken is als spelen in de zandbak

Ik ben meerdere keren in een nieuwe zandbak gestapt en vond dat best lastig. Maar ik heb er onder andere dit van geleerd: het is heel menselijk om te netwerken. Wij zijn relationele wezens. Het is leuk om anderen te ontmoeten, het is leuk om verassende gesprekken te voeren. En ja, het is ook leuk als daar opdrachten uit voortkomen.

Deze tips helpen mij om enthousiast terug te komen van een netwerkborrel:

1. Ik mag van mezelf van tevoren geen zin hebben. (Dan kan het alleen maar mee vallen.)
2. Ik houd in mijn achterhoofd dat ik niet de enige ben die ‘niet zo’n netwerker is’. (Dat heb ik ergens gelezen en dat wil ik graag geloven.)
3. Ik ga alleen.

Dat is de beste tip: ga alleen naar die netwerkborrel

Stel: je gaat samen met je vriendje naar de zandbak. Jullie hebben allebei een emmer en schepje bij je en maken samen plannen om het aller- allergrootste zandkasteel ooit te bouwen met de aller- allermooiste gracht er omheen. Jullie komen aan bij de zandbak en gaan direct aan de slag.

Dat er nog andere kinderen zijn, zien jullie niet, want jullie zijn alleen met elkaar en met het zandkasteel bezig.

Wil je netwerken? Ga alleen naar die bijeenkomst. Echt, het werkt. Ik ben nu meerdere keren alleen gegaan en daardoor stond ik automatisch meer open voor anderen.

Even de tijd nemen om te observeren leert dat:

  • je groepjes van 2 niet moet infiltreren (spionagewoord B) ) maar groepjes van 3 wel (met die derde persoon raak je gemakkelijker in gesprek dan met die 2 die al op elkaar gefocust zijn).
  • er nog iemand voor muurbloempje speelt en dat diegene het superfijn vindt om een gesprek met je te beginnen.
  • er mensen zijn die zich voor je openstellen. Ze knikken je toe of glimlachen en ja hoor: je kunt aanhaken in een gesprek!
  • de organisatoren van de borrel vaak ook nagedacht hebben over dit ‘probleem’. Je moet (en iedereen met jou) bijvoorbeeld verplicht speeddaten. Voila: probleem opgelost.

Ruzie in de zandbak

Het meisje naast je krijgt zand in haar ogen en schreeuwt dat je het expres deed. Ze huilt en de andere kinderen bemoeien zich ermee. Voordat je het weet, is het oorlog in de zandbak. Scheppen en harken worden wapens. Zand vliegt door de lucht. Geschreeuw, gehuil en vluchtende kinderen. Voordat je het weet is iedereen vertrokken en ligt er alleen nog een eenzaam emmertje.

Soms loopt het gewoon niet zoals je graag had gewild.
Maar dat wil niet zeggen dat je nooit meer naar die zandbak moet terugkeren. Even slikken, accepteren en weer doorgaan.

Want ook dat kunnen we van kinderen leren: ze staan weer op nadat ze gevallen zijn.

Wat is jouw beste netwerktip?

Pin It on Pinterest

Share This