Schrijven is kiezen

Schrijven is kiezen

Als ik onze schuur binnenloop struikel ik vaak letterlijk over hout, isolatiemateriaal, gereedschap en projecten in allerlei stadia. Voor mij is het één grote chaos. Ik kan er niets vinden en zou er al helemaal niet kunnen werken.

Dat geldt niet voor mijn man. Voor hem is diezelfde schuur geen chaos, maar een werkplaats. Hij tovert van hieruit de mooiste dingen tevoorschijn. Het laatste project? Een prachtig wasmeubel voor in de badkamer.

Zoals ik niet door de spullen in die overvolle schuur heen kan kijken, zo verdwalen schrijvers vaak in mogelijkheden.

Illustratie van een rommelige werkplaats met hout en gereedschap, als metafoor voor keuzestress bij het schrijven

'Alles kan. Help!'

Je hebt een idee voor een boek, dus je gaat aan de slag. Je maakt tijd vrij, denkt na over een goed plan van aanpak, leest je in, zoekt hulpmiddelen en begint vol goede moed.

Maar dan merk je hoeveel keuzemogelijkheden er zijn. Of je nu een complete wereld bouwt (fictie) of schrijft over je eigen vakgebied: je kunt alle kanten op. Voor je het weet verdwaal je in de chaos, zoals ik soms verdwaal in onze schuur.

Je ziet hier een stuk informatie en daar een anekdote. Er ligt nog ergens een voorbeeld en die mooie quote moet er absoluut in. Wat gebruik je? En wanneer? Hoe begin je? En vooral: hoe zorg je dat het allemaal samenkomt en een geheel vormt?

Chaos moet een badmeubel worden. Maar dat lukt alleen als je de juiste keuzes maakt.

Waar begin je?

Een van de leukste momenten in het schrijfproces vind ik het moment dat het boek zichzelf begint te schrijven. Wanneer al die losse elementen die tot nu toe chaos vormden, hun plekje vinden. Wanneer je in de flow zit en voelt: dit is precies wat ik voor ogen had. Dít werkt. Zo moet het.

Dat gebeurt niet vanzelf, maar je kunt er wel naartoe werken. Het begint met keuzes maken: wat wil je met je boek bereiken en voor wie schrijf je het? Zodra je die antwoorden helder voor ogen hebt, begint het vaak te stromen. Je gaat herkennen welke informatie waar moet komen, welke quotes je wel en niet moet gebruiken en waar dat ene voorbeeld het beste tot zijn recht komt.

Kortom: je boek krijgt vorm.

Wat dit vraagt van de schrijver

Als schrijver heb je het vermogen nodig om informatie te verzamelen, te wegen en keuzes te maken. Niet alles wat kan, hoort in je boek. Niet elke inval, quote of anekdote draagt bij aan wat je wilt bereiken.

Je communiceert met je lezer, dus die houd je steeds in je achterhoofd terwijl je keuzes maakt: wat gebruik ik wel, wat niet, en vooral: waarom?
De waarom-vraag helpt je om richting te houden, lastige knopen door te hakken en om – als dat nodig is – je darlings te killen.

Schrijven is een ambacht. Het begint als denken op papier, iets voor jezelf. Maar zodra je besluit een boek te schrijven, ga je communiceren met je lezer. Dan draait het om kiezen: uit de informatie- en gedachtenchaos die elementen nemen die jouw boek nodig heeft om vorm te krijgen.

Waarom lezers afhaken. En hoe jij je lezers wél bij je houdt

Waarom lezers afhaken. En hoe jij je lezers wél bij je houdt

Een paar jaar geleden was geocaching populair: wandelen om een ‘schat’ te vinden. Tenminste, als je de aanwijzingen weet te volgen. Als fervente wandelaars leek het ons een leuke manier om ook de kinderen aan het wandelen te krijgen.
We zochten een route uit, leenden twee gps-apparaatjes en gingen op avontuur.

Binnen drie afslagen zaten we verkeerd, binnen vijf afslagen werd er gemopperd en – je voelt ‘m al aankomen – een half uur later waren we terug bij af.

Niet het wandelen was het probleem, maar het gebrek aan richting.
De route was voor ons niet te volgen.

Geocachen? Nooit meer gedaan.

Afhaken gaat niet over motivatie, maar over oriëntatie

Een lezer die aan jouw boek begint, is gemotiveerd: de beslissing is genomen toen zij zich aangesproken voelde door je boekaankondiging of flaptekst. Wanneer zij vervolgens toch afhaakt, is er meestal iets anders dan desinteresse aan de hand.

Als een lezer steeds even ‘uit’ je verhaal wordt gegooid, gaat het mis.

Dat merk je zelfs in heel kleine dingen. Zo gebruikte ik in de vorige alinea bewust het verwijswoord ‘zij’ in plaats van het gangbare ‘hij’. Misschien viel het je op, misschien ook niet. Maar als je een hapering voelde, al was het maar een fractie van een seconde, dan komt dat doordat je even moest schakelen. Je verwachting en de tekst vielen niet meer samen.

Dat kleine schakelmoment is niet erg. Maar wanneer zulke schakelmomenten zich blijven herhalen, of wanneer de verhaallijn onnavolgbaar is, raakt de lezer zijn oriëntatie kwijt. En dán begint het afhaken.

Samenvattend: waarom lezers afhaken

  • De verhaallijn is onnavolgbaar en de lezer mist richting.
  • Er zijn te vaak kleine momenten van verwarring.
  • De inspanning die de lezer moet leveren, is groter dan de duidelijkheid die jij biedt.

Het verschil tussen wát je zegt en hóe je het zegt

Een schrijver die goed voorbereid is, heeft nagedacht over Ambitie, Publiek en Inhoud. In de Inhoud ontmoeten jouw Ambitie en je Publiek elkaar: dat is wát je wilt vertellen. Maar om je verhaal begrijpelijk en aantrekkelijk over te brengen, heeft de lezer ook houvast nodig. Het draait niet alleen om wat je zegt, maar ook om hoe je de lezer door je verhaal leidt.

Als schrijver ben je voortdurend in gesprek met je lezer. Daarom denk je na over vorm en opbouw: je ordent je inzichten, bepaalt de volgorde waarin je die aanbiedt en kiest welke stappen je de lezer laat zetten.

Wanneer de opbouw niet logisch is, ontstaat er verwarring en verliest de lezer zijn grip op jouw verhaal.

Hoe houd je lezers wél bij je?

Lezers blijven bij je als het makkelijk voelt om mee te gaan én als je ze steeds een reden geeft om door te lezen.

Als schrijver werk je hierbij van groot, naar klein.
Macro → Meso → Micro.

Dus:

    MACRO. De grote lijn van je boek: waarheen ben ik op weg?

    Idee, API, blauwdruk

    MESO. De opbouw van je hoofdstukken: welke stappen zet ik onderweg?

    Doel, volgorde, voortgang

    MICRO. Heldere alinea's en zinnen: hoe maak ik elke stap begrijpelijk?

    Duidelijke taal, actieve taal, logische opbouw

    De dubbele taak van jou als schrijver

    Schrijven is denken op papier. In dit proces creëer je eerst helderheid voor jezelf, door in kaart te brengen wat je eigenlijk wilt zeggen. Daarna creëer je helderheid voor je lezer, door bewust na te denken over de manier waarop je dat zegt: de opbouw van je verhaal.

    Wil jij dat je lezer bij je blijft? Geef richting, voorkom verwarring en los je beloftes in.

    Want goede ideeën verdienen een route die klopt.

    Aan de slag met Ambitie, Publiek en Inhoud?

    Download het API-werkboek en zet de eerste stap naar een boek dat helder is én lekker leest.

    Liever 1-op-1 begeleiding bij jouw boek? Stuur me een mailtje om een afspraak te maken voor een kennismakingsgesprek.

    Waarom inspiratie niet genoeg is om je boek af te maken

    Waarom inspiratie niet genoeg is om je boek af te maken

    Ik heb een haat-liefde verhouding met hardlopen. De haat zit ‘m vooral in het daadwerkelijke beginnen, maar ook in de momenten dat alles stroef gaat: mijn ademhaling, mijn gedachten, mijn benen.

    De liefde komt vaak wat later, als ik het juiste tempo heb gevonden en mijn ademhaling onder controle is. Als mijn gedachten zich vrij maken en onbelemmerd alle kanten op gaan. Als de cadans van mijn voetstappen op het asfalt perfect samenvalt met de beat van het liedje waar ik naar luister.

    Het sleutelwoord? Ritme.

    Visual van het acroniem RITME – Routine, Intentie, Tijd, Momentum en Evaluatie – dat laat zien hoe schrijfroutine helpt om een boek af te maken.

    Niet sneller, maar in cadans: waarom ritme belangrijker is dan inspiratie

    Wie schrijft, loopt eigenlijk ook. Soms met tegenzin, soms met flow. En net als bij hardlopen komt vooruitgang niet uit de lucht vallen. Je gaat vooruit door het ritme. Ritme in planning, ritme aan je bureau.

    Niet de perfecte start of een flinke dosis inspiratie bepaalt of je boek er komt, maar een goed ritme. En het mooie is: ritme kun je trainen en je eigen maken.

    Waar begin je?

    Met het aantrekken van je sportkleding. Wie klein begint, verlaagt de weerstand en vergroot de kans dat het een gewoont wordt. Begin dus niet met perfectie, maar met iets wat klein en haalbaar is. Plan vaste schrijfblokken per week en bewaak die tijd. Wees hierbij realistisch: wat is haalbaar en past in jouw weekritme? Zelfs als je weinig tijd hebt, helpt een vast ritme je om wél vooruit te komen.

    En dan die momenten dat het ineens begint te hozen. Ga je wel, of ga je niet?
    Schrijven werkt precies zo. Het vraagt om focus en aandacht. Bescherm je schrijftijd door meldingen uit te zetten, je telefoon weg te leggen en mensen in je omgeving duidelijk te maken dat je even niet beschikbaar bent.

    Hoe houd je het vol?

    Wie regelmatig traint, merkt vanzelf dat het makkelijker wordt. Volhouden draait meer om herhaling dan om wilskracht. Dat geldt ook bij het schrijven van je boek. Je kunt kleine schrijfrituelen ontwikkelen die helpen om sneller in het ritme te komen. Kies muziek die bij je stemming past, schrijf kort met pen en papier en lees even terug wat je eerder schreef.  

    Toch is alleen de routine niet voldoende. Volhouden vraagt om ritme in de verschillende schrijffases: je zoekt naar een goede wisselwerking tussen focus en ontspanning, tussen schrijven en herlezen, tussen creëren en reflecteren.

    Iedere schrijver heeft zijn eigen ritme, maar dat ritme voelt niet elke dag hetzelfde. Wat je nodig hebt, hangt af van de fase waarin je zit. De ene dag wil je vrijuit creëren, de andere dag juist ordenen, onderzoeken of herschrijven.

    Wie leert schakelen binnen én tussen de verschillende schrijffases, leert schrijven met ritme. En dat ritme is precies wat een boek afmaakt: stap voor stap, bladzijde na bladzijde.

    Wanneer ben je klaar?

    Bij de mensen die ik begeleid, zie ik dat het antwoord op deze vraag meestal vanzelf groeit tijdens het proces. Ik moedig schrijvers altijd aan om te streven naar wat op dat moment haalbaar en goed is, niet naar perfectie, maar naar groei die past bij hun eigen schrijversreis.

    Schrijven is altijd zoeken naar balans: wat vertel je wel, wat vertel je niet? Welke woorden gebruik je wel, welke niet? Wanneer is het goed, wanneer nog niet?

    Er komt een moment dat je je verhaal deelt met proeflezers. Hun feedback, jouw eigen weten, misschien nog een zetje van een uitgever of redacteur – dat alles samen zorgt ervoor dat je weet: het is goed. Het is klaar.

    Met deze 5 tips zorg je dat jouw boek er wél komt

    Met deze 5 tips zorg je dat jouw boek er wél komt

    Herken je dit?

    Je hebt schrijftijd gereserveerd, maar je bent te druk met je normale werk. Dat krijgt voorrang…

    En als je een keertje wel tijd hebt, komt er NIETS zinnigs op papier door allerlei blokkerende gedachten:

    * Wat vertel je wel en niet?
    *Hoe zorg je voor structuur in je boek?
    *Hoe moet je verder?

    En de ergste van allemaal:

    WIE. ZIT. ER. EIGENLIJK. OP. DIT. BOEK. TE. WACHTEN?!

    Om te voorkomen dat jouw droom vroegtijdig eindigt en je boek nooit afkomt, heb ik 5 tips voor je. Neem de tijd om ze te lezen, maar vooral… neem de tijd om ze toe te passen.

     

    Afbeelding van een meneer met een pen met daarnaast de tekst: Zo zorg je dat jouw businessboek wel af komt! 5 tips om je schrijfflow te vinden en vast te houden

    Tip 1. Bereid je goed voor

    Mijn schrijfmaatje API helpt je bij de voorbereidingen. Pak pen en papier en neem de tijd om hier goed over na te denken.

    API staat voor: AMBITIE, PUBLIEK en INHOUD

    Eerst denk je na over je AMBITIE. Wat zijn je dromen en doelen met dit boek? Hoe beter je weet waarom je aan dit project begint, hoe makkelijker en leuker het is om vol te houden.

    Vervolgens denk je na over je PUBLIEK. Welke mensen moeten jouw boek echt lezen? Waarom? En hoe kun jij ervoor zorgen dat zij dat ook echt gaan doen?

    Tenslotte bedenk je met welke INHOUD jij je ambitie gaat waarmaken en je publiek gaat bereiken.

    Neem de tijd voor deze voorbereiding. Hoe concreter, hoe beter. Tijdens het schrijfproces kun je steeds teruggrijpen op je eigen API-document.

    Ik heb een pdf voor je gemaakt met daarin meer vragen om jouw API helder te krijgen 👇

    Tip 2. Maak een blauwdruk van je boek

    Lees je API-document nog eens door en doe nu een braindump. Kies een manier die bij je past, bijvoorbeeld:

    *Schrijf in maximaal 10 minuten alles op wat in je opkomt (ja, alles!)
    *Zet het thema van je boek in het midden van een leeg vel papier en plaats daar omheen alle onderwerpen die je wilt behandelen in je boek.
    *Schrijf kernwoorden op losse post-its.

    Breng nu structuur aan door de onderwerpen die bij elkaar in een hoofdstuk passen te clusteren.

    Bekijk op hoeveel hoofdstukken je nu uitkomt. Schat in of de hoofdstukken met deze indeling ongeveer dezelfde grootte zullen hebben. Zit er een onderwerp bij met heel veel deelonderwerpen? Misschien kun je het splitsen in twee hoofdstukken.

    Denk vervolgens na over een logische volgorde van de hoofdstukken.

    Bepaal welke vorm je aan de hoofdstukken geeft. Dat kan heel basic zijn: inleiding – kern – slot, maar je kunt ook nadenken over het gebruik van voorbeelden, interviews en afbeeldingen.

    Schrijf nu per hoofdstuk (en eventueel per deelonderwerp) een korte samenvatting.

    Tip 3. Ontwikkel een schrijfroutine

    Dankzij de blauwdruk die je hebt gemaakt, is het werk nu opgedeeld in kleine, behapbare stukjes. Tijd voor de volgende stap!
    Onderzoek welke schrijfroutine het beste bij jou past. Stel jezelf deze vragen:

    *Hoe vaak ga je schrijven?
    *Op welk moment van de dag schrijf je het liefst?
    *Hoe lang schrijf je per keer?
    *Wat is voor jou een fijn schrijfritueel?

    Voorbeeld schrijfritueel

    Alle afleiding blokkeren – instrumentale muziek aanzetten – de tekst van de vorige keer lezen – tekst in je blauwdruk lezen – steekwoorden op papier zetten – timer op 20 minuten zetten – schrijven.

    Extra tips

    1. Maak je planning CONCREET, bijvoorbeeld:
    ik schrijf 750 woorden per ingepland schrijfmoment

    2.  Breng REGELMAAT aan in je schrijfroutine, bijvoorbeeld:
    ik schrijf iedere maandag, woensdag en vrijdag
    3. … en gun jezelf ook RUST!
    4. Gebruik vanaf het begin KOPSTIJLEN in Word, dan houd je overzicht en kun je makkelijker met tekst schuiven

    5. Besef dat je boek niet in een paar dagen klaar is. Houd het leuk voor jezelf door (creatieve) schrijfoefeningen te doen, jezelf uit te dagen met het aantal woorden dat je wilt schrijven, alvast je AMBITIE met dit boek te delen op de socials, enz.

    Tip 4. Schakel proeflezers in

    Om te toetsen of je met de INHOUD van je boek jouw PUBLIEK aanspreekt, kun je proeflezers inschakelen. Dat zijn mensen die je in een vroeg stadium laat meelezen.

    Kies je proeflezers heel bewust. Het is leuk als je moeder meeleest, maar als jij een boek schrijf over een specifiek onderwerp, bijvoorbeeld modern leiderschap, dan heb je meer aan een specialist op dat gebied.

    Stel je proeflezers concrete leesvragen, zodat je zoveel mogelijk waarde uit de feedback kunt halen.

    En bedenk dat je per proeflezer andere vragen kunt stellen.

    … de specialist vraag je om inhoudelijk mee te lezen.
    … de taalexpert vraag je om kritisch op je taalgebruik te letten.
    … en de doelgroeplezer vraag je op welke momenten het boek verrast, verwart, inspireert, enz.

    Laat je niet gek maken

    Bedenk: zoveel mensen, zoveel meningen. Beperk het aantal proeflezers, dan blijft het behapbaar.

    En gebruik je API-document om steeds terug te gaan naar de kern van je bedoelingen.

    Tip 5. Herschrijf

    Herschrijven (en schrappen 😉) is een belangrijk onderdeel van het schrijfproces. Het vraagt tijd, inzicht en doorzettingsvermogen.

    Jij bent zelf je eerste lezer. Herschrijven doe je vaak al in beperkte mate tijdens het schrijfproces, maar nadat je de feedback van proeflezers hebt ontvangen, volgt er een grotere herschrijfronde.

    Pak je API-document er weer bij en kijk steeds hoe jouw tekst meewerkt aan je doelen. Houd zowel je PUBLIEK als je eigen AMBITIE continu voor ogen, terwijl je de INHOUD verfijnt.

    Natuurlijk kun je na deze herschrijfronde nogmaals proeflezers inschakelen. Bijvoorbeeld met vragen over een specifiek stuk tekst waar meerdere proeflezers in de vorige ronde feedback op gaven. 

    En daarna?

    Als je deze stappen doorloopt, ligt er uiteindelijk een manuscript. Dat kun je aanbieden bij een uitgever, of je kunt ervoor kiezen je boek in eigen beheer uit te geven.

    Auteurs die voor het laatste kiezen, verwijs ik regelmatig door naar Pumbo. Dit platform biedt verschillende mogelijkheden op het gebied van uitgeven in eigen beheer, van print-on-demand tot distributie via (online) boekhandels.

    Hulp nodig?

    Met de tips in dit artikel kun je direct aan de slag.
    Wil je meer hulp? Ik begeleid je graag bij het schrijven van je boek.

    Stuur me een e-mail als je:

    *Vastgelopen bent in het schrijven van je boek
    *Klaar bent om echt te knallen
    *In 3 maanden de basis voor je boek wilt neerzetten