Handige links voor schrijvers

Handige links voor schrijvers

Als ik mensen schrijftips geef, verwijs ik regelmatig naar andere websites. In deze blog deel ik de handigste links met een korte beschrijving. Heb jij goede aanvullingen? Laat het me weten!

Afwisseling in je teksten

Afwisseling is een belangrijk ingrediënt voor lekker leesbare tekst. Als je in opeenvolgende zinnen steeds hetzelfde woord gebruikt, haakt je lezer snel af. De tip?

Ontzettend simpel in gebruik en heel waardevol voor iedere schrijver, auteur, kantoorbediende, klerk, penvoerder, scribent, secretaris, columnist, dichter, essayist, romancier, scribent, inktkoelie, pennenlikker of opsteller 😉

Antwoord op al je vragen over taal en spelling

Als schrijver loop je soms (regelmatig?!) tegen vragen over taal en spelling aan. Wat je vraag ook is: bij onze taal vind je het antwoord.

Eerlijk is eerlijk: zelf Google ik vaak mijn vraag in combinatie met de woorden ‘onze taal’ en klik dan door naar de link met het antwoord, maar bovenstaande link is het officiële startpunt voor je taal- en spellingkwesties.

Spreekwoorden, gezegden en citaten

Spreekwoorden oubollig? Misschien. Maar vaak ook een verrassend startpunt voor nieuwe invalshoeken. Niet gek dus, om regelmatig even te grasduinen!

De website werkt heel eenvoudig: vul gewoon een woord in waarbij je een spreekwoord zoekt en je krijgt de resultaten. Let op: je kunt je zoekresultaten verfijnen door te spelen met de keuzeopties. Doorzoek bijvoorbeeld ook eens de omschrijvingen van spreekwoorden!

Brainstormen in je eentje: AI

Met twijfel schrijf ik deze op, wat ik ben nog niet uitgedacht over de (ethische) consequenties van de ontwikkelingen op het gebied van AI. Waarom dan toch noemen? Goed gebruikt is ChatGPT echt fijn om mee te brainstormen.

ChatGPT is (net als andere AI tools) minder eenvoudig in gebruik dan bovenstaande websites. Je moet leren om ermee om te gaan en dat betekent vooral: je moet de juiste vragen stellen en kaders geven. Als dat lukt? Dan heb je een fantastische brainstormpartner. Vooral handig als je in je eentje moet brainstormen. Wat mij betreft blijven we ook vooral creatieve sessies met elkaar houden. Al is het maar omdat het zoveel voldoening geeft als je samen tot iets nieuws komt!

Hoe schrijf je dat woord…?

Ik weet nog goed hoe frustrerend ik het vond op de middelbare school: wij zaten midden in de overgang van de oude spelling naar de nieuwe. Was het nu pannekoek of pannenkoek?

Er worden nogal al wat schrijfwijzen door elkaar gebruikt. En de spellingscontrole van Word zorgt ook regelmatig voor verwarring. Bij twijfel kijk ik daarom altijd even op woordenlijst (AKA: ‘het groene boekje’). Dat boekje heb ik ook nog ergens liggen, maar ja: even een woord invullen op de website gaat stukken sneller dan door dat boekje bladeren. Bovendien veroudert het boekje en is de website actueel. Een echte aanrader dus!

Heb jij aanvullingen voor deze lijst?

"
xyz
Tekstschrijver Lisette van de Heg

 Hoi,

ik ben Lisette.

‘Ik schrijf omdat ik dat leuk vind en ik geniet ervan om mijn kennis over schrijven met anderen te delen.’

Na mijn Pabo-opleiding werd ik achtereenvolgens tandartsassistente (dat is een lang verhaal), moeder, romanschrijver en praktijkmanager. Dat laatste hielp me kiezen om echt voor het schrijven te gaan. Tegenwoordig kun je me inhuren als tekstschrijver, ghostwriter of schrijfbegeleider. Net wat jij nodig hebt.

De marketing van je businessboek

De marketing van je businessboek

‘Je moet direct tijdens het schrijven van je boek met de marketing beginnen.’

Ik sprak met een ondernemer die zijn eigen boek wilde (laten) schrijven. Hij haalde bovenstaand citaat aan en vroeg me wat ik daarvan vond.

‘Direct beginnen’ is te kort door de bocht

Aan de ene kant geloof ik dat je potentiële lezers kunt meenemen als je al tijdens het schrijfproces marketing rondom je boek doet.

Aan de andere kant was ik niet verrast toen ik een nieuwsbericht las met de kop:
“Aangekondigde roman van Lucas Rijneveld zal niet verschijnen.”

Verwachtingen gewekt, vertrouwen geschaad

Als je direct start met de marketing, wek je verwachtingen. Je maakt mensen enthousiast en doet beloftes, maar als het schrijfproces dan vastloopt, is er uiteindelijk

NIETS!

Of in het beste geval: iets compleet anders dan wat je beloofde.

Het grootste nadeel van direct starten met je marketing?

Ik heb meerdere keren gezien dat een beloofd boek er toch niet kwam. Het gevolg?
Teleurstelling bij je fans, en erger:  diezelfde fans kunnen het vertrouwen in jou kwijtraken.

Het grootste VOORDEEL van direct starten met je marketing?

Schrijvers die mensen meenemen in het schrijfproces, weten direct bij de lancering van het boek een grote groep lezers te bereiken.

Marketing en het succes van je businessboek liggen in elkaars verlengde

Zoals met zoveel dingen, ligt het antwoord in het midden. Er komt tijdens het schrijfproces vanzelf een moment dat je weet: nu kan ik met de marketing starten!

Maar dat moment verschilt van persoon tot persoon. En van boek tot boek.

Moet je dan gewoon achterover leunen en wachten op dat moment?
Nee, dat lijkt me niet!

Je kunt prima vooraf nadenken over de vraag wat voor jóu het beste moment is. Daarbij is het goed om rekening te houden met omstandigheden (denk aan tijd, geld, fanbase) en met de manier waarop jij het beste functioneert.

Ik ben een groot voorstander van ‘doen wat bij jou past’. Het is de beste manier om eerlijk en oprecht in contact te komen met je doelgroep. Bovendien zorgt ‘doen wat bij jou past’ ervoor dat je zelf PLEZIER hebt in de marketing.

Gevolg? Mensen zien en voelen dat, waardoor het effect van je marketing groter is. Bovendien houd je het op deze manier veel langer vol.

Wat kun je doen om je businessboek te promoten?

Als je hebt bedacht wanneer voor jou het beste moment is om te starten met de marketing van je businessboek, is de volgende stap natuurlijk: bedenken hoe je dat gaat aanpakken!

Daarmee kun je alle kanten op:

1. Heb je al een e-maillijst? Dan kun je de ontvangers eenvoudig op de hoogte houden van de vorderingen rondom je boek.

2. Houd je van sociale media en heb je daar een goede fanbase? Deel regelmatig een nieuwtje, stel een vraag en laat mensen meedenken over bijvoorbeeld de cover of de titel.

3. Schrijf je over een actueel onderwerp? Probeer een plekje te krijgen in een podcast of  schrijf een persbericht en haak aan op die actualiteit.

4. Sowieso is een persbericht een goed idee: regionale nieuwsmedia vinden het vaak leuk te schrijven over het boek van een plaatsgenoot.

5. Schrijf je voor een bepaalde niche? Kijk of er vakbladen, online platforms of evenementen zijn waar je met jouw boek iets aan kunt toevoegen.

6. Geef een miniversie weg als e-book en start een voorverkoop met een leuke extra.

7. Zorg dat je boek online eenvoudig te verkrijgen is en denk ook aan verschillende verschijningsvormen (druk, e-book, luisterboek).

8. Vraag actief om recensies.

9. Organiseer een ludieke boekpresentatie of presenteer je boek tijdens een evenement dat raakvlakken heeft met je boek.

Je kunt dus alle kanten op. Kies vooral dingen die goed bij jou passen en besef: een boek verkoopt zichzelf niet vanzelf. Tenminste, niet direct. Pas als je eerste lezers fan zijn geworden en je boek enthousiast aanraden bij anderen, zal het treintje meer op eigen kracht gaan rijden. Maar tot die tijd ben jij aan zet! 

Kun jij wel wat hulp gebruiken bij het schrijven van je businessboek?

"
xyz
Tekstschrijver Lisette van de Heg

 Hoi,

ik ben Lisette.

‘Ik schrijf omdat ik dat leuk vind en ik geniet ervan om mijn kennis over schrijven met anderen te delen.’

Goede tekst versterkt de verbinding tussen ouders en school

Goede tekst versterkt de verbinding tussen ouders en school

Het primaire doel van je onderwijsinstelling heeft uiteraard met ‘goed onderwijs geven’ te maken. Binnen dat brede kader zijn er echter veel factoren die mede bepalen in hoeverre dit slaagt.

Op een (basis)school zijn de belangrijkste partijen intensief op elkaar betrokken:

  • De ouders die hun kinderen toevertrouwen aan de zorg van de school
  • De leerkrachten die de kinderen onder hun hoede hebben
  • De kinderen die iedere dag recht hebben op een veilige leeromgeving

 

Communicatie is een belangrijke sleutel om een gezonde schoolomgeving te creëren waarbinnen al deze partijen optimaal floreren.

In dit blog ga ik dieper in op de rol die tekst hierbij kan spelen!

Duidelijkheid draagt bij aan vertrouwen

Vaak denk je na de zomervakantie samen met de kinderen na over ‘de klasseregels’.
Duidelijke regels geven kaders en die kaders bieden veiligheid.

Voor teksten geldt net zoiets:

Als je duidelijk bent, creëer je vertrouwen.

Moet je communiceren over een (ongewilde) ontwikkeling? Maak duidelijk welke omstandigheden en overwegingen hebben geleid tot het besluit, hoe de verandering wordt ingezet en wat de gevolgen van de verandering zullen zijn.

Je wilt een voorbeeld?

Komttie 👇

De situatie:

Door het lerarentekort kan er geen vaste leerkracht worden gevonden voor groep 4.
Om dit op te lossen liggen er meerdere opties met voor- en nadelen op tafel:
 

  • Werken met (steeds veranderende) invalkrachten die korte periodes ingezet kunnen worden.
    + er staan per direct ervaren mensen voor de klas.
    – de kinderen hebben steeds wisselende leerkrachten = geen stabiliteit.
    – er is geen zekerheid over de beschikbaarheid van deze leerkrachten voor de langere termijn.
  • Een zij-instromer voor de klas zetten.
    + er staat per direct één leerkracht voor de klas = stabiliteit.
    + deze aankomende leerkracht wil zich voor langere periode aan de school verbinden.
    – deze persoon beschikt nog niet over de juiste ervaring en papieren.

Overwegingen:

We vinden het erg belangrijk dat de kinderen op onze school les krijgen in een stabiele leeromgeving.
Dat draagt bij aan een goede sfeer in de klas én aan de kwaliteit van de lessen. Daarom hebben we als team besloten
om voor zij-instromer Ellen te kiezen.

Wat dat in de praktijk betekent:

Ellen heeft al een geschiktheidsverklaring van de opleiding en ze is zeer gemotiveerd om haar diploma binnen uiterlijk twee jaar te halen. Dankzij haar aanwezigheid kunnen we de kinderen van groep 4 een stabiele basis bieden. Twee van onze ervaren teamleden zullen Ellen begeleiden en de kwaliteit van het onderwijs bewaken.

Zorg dat mensen zich gehoord voelen

Bovenstaande voorbeeld komt rechtstreeks uit mijn dikke duim, maar je begrijpt de achtergrond en de stappen die gezet zijn. Bij voorkeur geef je in een echte brief de ouders ook de gelegenheid om vragen te stellen over deze beslissing. Organiseer hiervoor bijvoorbeeld een bijeenkomst of een inloopspreekuur.

Mensen die zich serieus genomen en gehoord voelen, zullen meer begrip hebben voor je beslissing – ook als ze zelf een andere keuze gemaakt zouden hebben.

Tekst die verbindt is:

begrijpelijk

Dat wil zeggen dat iedere ouder moet kunnen begrijpen wat je schrijft. Dat klinkt als een open deur?
Weet dan dat ongeveer 2,5 miljoen (!) mensen in Nederland moeite hebben met lezen en schrijven.

Het is altijd goed om op B1 niveau te schrijven, maar voor deze grote groep mensen is het nog beter
om in eenvoudige taal (A2/ 1F) te schrijven.

en toegankelijk

De toegankelijkheid van een tekst heeft te maken met de manier waarop je de tekst presenteert.
Dat begint al bij de vorm: gebruik je e-mail, een bericht in Parro of een geprinte brief?

De toegankelijkheid heeft ook te maken met de vormgeving. Tips daarbij:

  • gebruik een goed leesbaar lettertype
  • wissel kortere en langere zinnen af voor een prettig ritme in de tekst
  • gebruik witregels, tussenkoppen en andere hulpmiddelen om je tekst goed op te maken
  • maak gebruik van afbeeldingen die je boodschap ondersteunen of verduidelijken

 

Gebruik jij tekst als hulpmiddel om ouders en de school met elkaar te verbinden?
Of is het hoog tijd om daarmee aan de slag te gaan?

Als jouw school wel wat hulp kan gebruiken bij het schrijven...

dan is schrijfbegeleiding misschien iets voor jullie!

"

xyz

Tekstschrijver Lisette van de Heg

 Hoi,

ik ben Lisette.

‘Ik schrijf omdat ik dat leuk vind en ik geniet ervan om mijn kennis over schrijven met anderen te delen.’

Ondanks mijn Pabo-opleiding heb ik nooit in het onderwijs gewerkt. In plaats daarvan werd ik romanschrijver en later ook tekstschrijver. Als schrijfbegeleider kan ik het overdragen van kennis perfect combineren met mijn liefde voor schrijven!

Wat doet een ghostwriter? En waarom zou je er een inschakelen?

Wat doet een ghostwriter? En waarom zou je er een inschakelen?

Wat doet een ghostwriter?

Een van de eerste keren dat ik iemand mailde over mijn werk als ghostwriter, kreeg ik als antwoord:

“Ik moest even opzoeken wat een ghostwriter is. Ik had geen idee.”

Dat was een eye-opener voor me. Ik ben al jarenlang schrijver en de term ghostwriter is voor mij zo vanzelfsprekend dat ik er niet bij had stilgestaan dat een ander er vragen bij kan hebben.

Daarom eerst een korte uitleg.

 

Ghostwriting: voor een ander schrijven

Een ghostwriter schrijft het verhaal op dat iemand wil vertellen. Die ‘iemand’ is bijvoorbeeld een Bekende Nederlander of iemand met een bijzonder verhaal. De ghostwriter is de onzichtbare (spook)auteur. Degene die het verhaal op papier zet, maar die niet in de publiciteit treedt.

Soms staat in het binnenwerk van het boek vermeld dat het geschreven is door een ghostwriter of dat het een co-creatie is. Wat er wel of niet over de ghostwriter wordt vermeld, wordt in overleg afgesproken.

Waarom zou je een ghostwriter inhuren?

Er zijn verschillende redenen om een ghostwriter in te huren:

Je hebt een verhaal te vertellen, maar houdt totaal niet van schrijven;

Je wilt een professioneel businessbook uitgeven, maar schrijven is niet je ding;

Je hebt te weinig tijd.

Als je met een ghostwriter werkt, kun je het boek gewoon als ‘jouw eigen boek’ uitgeven. Jouw naam staat op de kaft.
Je hoeft niemand te vertellen dat je het boek niet zelf geschreven hebt.

Al kan dat wel. Het is aan jou.

Waar moet je op letten als je een ghostwriter inhuurt?

Als je overweegt om je boek door een ghostwriter te laten schrijven, is het belangrijk dat je antwoord kunt geven op een paar vragen: 

Voor wie is dit boek?

Voor volwassenen, kinderen, mannen, vrouwen, ouderen, vakgenoten, familie, sporters, natuurliefhebbers…?

Z

Wat wil je bereiken met het boek?

Heb je bijvoorbeeld belangrijke nieuwe inzichten te delen (je wilt mensen informeren), een grappig verhaal (je wilt mensen vermaken)
of juist een oproep om in actie te komen (je wilt dat mensen in actie komen)?

Bespreek met je ghostwriter op welke manier je hier het beste invulling aan kunt geven. Maak gebruik van zijn/ haar expertise, maar wees ook duidelijk over woorden, begrippen en uitspraken die wel en niet bij jouw manier van vertellen passen.

U

Ghostwriten: samen creëren

Zelf vind ik het belangrijk dat we een klik met elkaar hebben. We gaan namelijk een intensief traject in, waarbij ik je veel vragen zal stellen.
Niet alleen over jouw verhaal, maar ook over jezelf. Zo krijg ik een beeld van wie je bent en dat neem ik mee in het boek.

Schrijven is schrappen

En  veel herschrijven

"

Er zijn mensen die roepen dat ze in vier weken tijd een compleet boek hebben geschreven.
Ik vind dat niet het eerlijke verhaal. Voor de meeste mensen is dit namelijk onmogelijk!

Niet als je het hele proces meeneemt.

Ja: je kunt in vier of acht weken een goede basis neerzetten, maar dan is het nog geen boek.
Een boek (laten) schrijven kost tijd.

Denk in elk geval aan

De voorbereiding

  • Nadenken over de onderwerpen, de opbouw en de stijl van je boek.
  • Als ik voor jou ga schrijven, heb ik informatie nodig over het onderwerp en jouw kijk daarop.
    Daar zijn vaak meerdere gesprekken voor nodig.

Schrijven en herschrijven

  • Daarna kan ik beginnen met schrijven.
  • Jij leest de tekst en geeft feedback. Ik ga herschrijven.
    (Feedback geven en herschrijven herhalen we zo vaak als nodig is)
  • Is het boek voor een breed publiek bedoeld? Dan is het goed om proeflezers in te schakelen.
    Ook zij geven feedback en ook die moet in de tekst verwerkt worden.

Redactie, vormgeving, marketing en distributie

  • Ben je tevreden met de versie die er is? Dan raad ik je aan om een externe redacteur in te schakelen.
    Die kijkt met een nieuwe blik naar de tekst en haalt er fouten en inconsistenties uit.
  • Ondertussen kun jij nadenken over de titel, de flaptekst, de vormgeving en de manier waarop jij je boek onder de aandacht wilt brengen.
  • Is het hele boek naar je zin? Dan kan het boek worden opgemaakt.
  • Je ontvangt een proefdruk en ook die moet goed gecontroleerd worden.
  • Tenslotte ga je over tot het laten drukken van je boek en komt de fase van eventuele verkoop en marketing.

 

Wil je een goed boek?

Geef het de tijd die nodig is

Het ene boek schrijft zichzelf sneller dan het andere boek. Dat heeft onder andere te maken met het onderwerp, het type boek en de voorbereiding. Ook de snelheid van meelezen en feedback geven, speelt een grote rol (sterker nog: vaak treedt in deze fase de vertraging op).

Snelheid is niet het belangrijkste bij het schrijven van een boek, maar het is wel fijn om de vaart erin te houden.
Daarom maken we hier samen afspraken over.

Wat kost dat?

Het laten schrijven van een boek kost tijd en aandacht. Houd rekening met een investering van rond de € 10.000 euro (ex. BTW).
Afhankelijk van het onderwerp, je wensen en de manier waarop we het proces inrichten, kunnen de kosten hoger of lager uitvallen.
Daarom spreek ik graag met je door wat je precies voor ogen hebt en welke werkwijze het beste bij je past.

Op basis van dit gesprek kan ik een gespecificeerde inschatting van de kosten voor je maken.

Wil je meer weten?

"

Een nieuwsbrief voor je school schrijven? Gebruik API!

Een nieuwsbrief voor je school schrijven? Gebruik API!

Scholen staan voor grote uitdagingen waardoor iets als ‘het schrijven van een nieuwsbrief’ voelt als een klusje dat ook nog even moet. Best kan dus, dat je beknibbelt op de tijd en aandacht die voor het schrijven ervan nodig is.

Toch is het de moeite waard om iets meer van je schaarse tijd in de nieuwsbrief te steken.
Een effectieve nieuwsbrief levert tijdwinst op:

– duidelijke communicatie verhoogt de betrokkenheid…
– en voorkomt dat mensen vragen blijven stellen of (opnieuw) in discussie willen.

Korte inhoud

In deze blog stel ik je voor aan mijn schrijfmaatje API en leg ik uit hoe API jou helpt om effectieve nieuwsbrieven te schrijven.

Ontmoet API

API staat voor: Ambitie – Publiek – Inhoud

Wat is je ambitie?

Misschien staat het schrijven van de nieuwsbrief gewoon in je planning en is dat de reden dat je eraan begint. Je hebt een document geopend en wilt direct starten…

Stop. Doe dat niet!

Als je een nieuwsbrief verstuurt, moet dat altijd met een reden zijn. Daarom is de eerste vraag:
Wat is je ambitie met het versturen van deze nieuwsbrief? Wat wil je ermee bereiken?

Het is hierbij goed om te bedenken dat er ‘directe’ doelen zijn: je wilt ouders bijvoorbeeld informeren over een schoolreisje. Maar ook indirecte doelen: door regelmatig een informatieve nieuwsbrief te versturen, werk je aan de vertrouwensrelatie met ouders.

Aanvullende vragen:

1. Wat wil je dat de lezer over het onderwerp weet nadat hij het stuk heeft gelezen?

2. Wat wil je dat de lezer doet na het lezen van het stuk?

En nu we het toch over de lezer hebben:

Welk publiek leest je nieuwsbrief?

Stuur je de nieuwsbrief naar ouders, studenten, kinderen, collega’s of andere belanghebbenden?
Misschien bestaat je publiek wel uit meerdere doelgroepen.

Aanvullende vragen:

1. Wat is jouw relatie met de lezer van het stuk?

2. Wat is de voorkennis van deze lezers?

3. Welke houding hebben zij tegenover het onderwerp?

4. Wat vinden ze belangrijk?

5. Is het nodig om verschillende versies van de nieuwsbrief te maken voor verschillende groepen lezers?

Hoe beter jij je publiek voor ogen hebt, hoe effectiever je nieuwsbrief zal zijn. Je kunt je lezers dan namelijk aanspreken op de manier die het beste bij hen past.

Ook dit draagt bij aan een indirect doel: door als schoolorganisatie te laten zien dat je je lezers kent en begrijpt, voelen zij zich serieus genomen.

Met welke inhoud bereik jij je publiek en je ambitie?

Nu je twee belangrijke elementen in kaart hebt gebracht, kun je gaan nadenken over de inhoud. Stel jezelf de vraag:
met welke inhoud bereik ik mijn publiek en doe ik tegelijkertijd recht aan mijn ambitie?

Aanvullende vragen:

1. Wat zegt het huisstijlhandboek over het taalgebruik van je organisatie?

2. Welke tekstopbouw kies je?

3. Welke taal past bij je ambitie en bij je publiek?

4. Hoe kan de tekstuele vormgeving de inhoud ondersteunen?

5. Hoe kan de grafische vormgeving de inhoud ondersteunen?

De meeste nieuwsbrieven hebben een vaste vormgeving met bepaalde (grafische) elementen. Dit kun je gebruiken om je inhoud in overzichtelijke delen op te knippen en aan je publiek te presenteren.

Kijk hierbij goed naar het belang van de verschillende onderwerpen en stel bij ieder deelonderwerp nog even kort de API-vragen om jezelf scherp te houden.

Tip: begin met het belangrijkste onderwerp.

Ook het huisttijlhandboek geeft je handvatten voor het schrijven van de inhoud. Vaak zijn er bijvoorbeeld afspraken gemaakt over de aanspreekvorm voor bepeelde groepen (bijvoorbeeld ouders, of juist studenten), over actief taalgebruik en over bepaalde termen die juist wel of niet gebruikt worden.

Het schrijven van de nieuwsbrief

Nu je hebt nagedacht over je API kun je beginnen met het daadwerkelijke schrijven. Daarbij kun je de volgende schrijftips altijd toepassen:

1. Schrijf actief.

2. Gebruik consequent dezelfde aanspreekvorm.

3. Creëer een prettig ritme door lange en kortere zinnen af te wisselen.

4. Maak gebruik van vormgeving (zowel grafisch als tekstueel) om je boodschap te versterken.

5. Parkeer je tekst een paar dagen en kijk er daarna nog een keer naar met een frisse blik.

6. Besteed bewust aandacht aan de onderwerpregel. Die bepaalt voor een groot deel of je publiek de nieuwsbrief überhaupt gaat lezen.

7. Check tot slot nog één keer je API.

Een goede voorbereiding…

Een goede voorbereiding draagt er 9 van de 10 keer aan bij om je nieuwsbrief snel en effectief te kunnen schrijven.

Hoe zit het dan met die ene keer dat dit niet zo is? Dat kan een kwestie zijn van ‘je dag niet hebben’. Dit kan gewoon soms gebeuren. Parkeer je project en kijk er op een later tijdstip opnieuw naar.

Maar kijk voordat je dat nog één keer of je alle API  vragen concreet hebt beantwoord. Is er misschien toch iets aan je aandacht ontglipt? Als je ontdekt wat je eerder over het hoofd hebt gezien, kun je direct weer verder.

Wil je API altijd bij de hand hebben?

"

Stuur me een mail

Ik doe geen pogingen om je op mijn e-maillijst te krijgen (die heb ik niet 😂) dus dit gaat niet geautomatiseerd. Je kunt me gewoon een mailtje sturen en om API vragen. Dan krijg je de PDF zo snel mogelijk in je mailbox.

xyz
Tekstschrijver Lisette van de Heg

 Hoi,

ik ben Lisette.

‘Ik schrijf omdat ik dat leuk vind en ik geniet ervan om mijn kennis over schrijven met anderen te delen.’

Tijdens mijn Pabo-opleiding deed ik een cursus ‘Korte verhalen en romans schrijven.’ Mijn eerste roman volgde en na een aantal jaren besloot ik ook commerciële teksten te gaan schrijven.
Als schrijfbegeleider kan ik het overdragen van kennis perfect combineren met mijn liefde voor schrijven!

Kun jij wel wat hulp gebruiken bij het schrijven?

Schrijven? Bepaal je onderwerp (in 5 minuten)

Schrijven? Bepaal je onderwerp (in 5 minuten)

Herken je dat opgejaagde gevoel? Je doet je werk, schrijft een offerte, hebt een overleg met een collega, gaat langs bij een klant, beantwoordt de telefoon. Kortom: JE BENT DRUK! En terwijl je met al die dingen bezig bent, hoor je de hele dag dat stemmetje in je achterhoofd zeuren:

‘Je moet nog een blog schrijven.’

Je hebt je doelgroep al eens in kaart gebracht. (Waarom dat belangrijk is, lees je hier.)
Eindelijk heb je tijd om naar dat zeurende stemmetje te luisteren. Dus wat doe je?

Je opent je schrijfprogramma

Het is een valkuil waar ik zelf ook regelmatig in trap. Je hebt je voorgenomen die blog te schrijven, je hebt nu tijd, je hebt nagedacht over je doelgroep en je weet dat je vandaag wilt plaatsen. Dus je opent je schrijfprogramma om een vaag idee dat ergens in je hoofd rondzwerft te gaan uitwerken.

NIET DOEN!

Want maar al te vaak gebeurt dan dit: Je schrijft een paar zinnen op, een flard van een idee, maar dan stokt het proces en zit je naar je scherm te staren. Je raakt gefrustreerd omdat je niet verder komt en voordat je het goed en wel door hebt, eist het gewone werk de aandacht weer op. Je slaat het bestand op en het verdwijnt in het digitale archief.

Het laatste blogbericht op je website? Dat is van drie jaar geleden…

Niet doen dus.

Maak eerst een woordweb om een ideeënstroom op gang te brengen

Old school: Zet een timer op drie minuten, pak een leeg vel papier en schrijf in het midden jouw product of dienst op. Maak nu een ouderwets woordweb. Lekker met de hand op papier. Gewoon, omdat het kan.
En omdat het soms fijn is om iets met de hand te schrijven.

(Natuurlijk zijn er ook wetenschappelijke redenen om met de hand te schrijven, maar dat laat ik nu even buiten beschouwing.)

Geen pen en papier in de buurt? Met je smartphone kan het ook. Ik gebruik zelf de app miMind, dat is ideaal als ik onderweg ben of even ergens moet wachten. Maar zit ik gewoon achter m’n bureau, dan heb ik een voorkeur voor pen en papier 😉

Om je te bewijzen dat het echt niet veel tijd hoeft te kosten, maakte ik een mindmap met het eerste beroep dat me te binnen schoot. Vraag me niet waarom, maar het werd een gordijnstoffenhandelaar. Dit is een beroep waar ik totaal niets vanaf weet, dus je zou denken dat het lastig is om ideeën te bedenken.

Dat valt mee. Echt waar.

Denk niet teveel na, maar associeer en blijf associëren.

 

Je zult in drie minuten zoveel woorden opschrijven, dat je nog altijd niet duidelijk hebt wat je onderwerp is.

Ja, ik weet het. Dat was niet de afspraak.

Laat ik het anders zeggen: je zult in drie minuten zoveel woorden opschrijven, dat je voorlopig vooruit kunt zonder te hoeven nadenken over een onderwerp. Je hoeft alleen maar je woordweb erbij te pakken.

Maak nu clusters van gerelateerde onderwerpen

Om dichterbij je uiteindelijke (blog)onderwerp te komen, ga je woorden die verband met elkaar hebben clusteren. Ik heb er een gemaakt rondom het thema ‘zelf maken’. Tijdens het schrijven van een blog over ‘zelf gordijnen maken’, is het logisch dat de woorden ‘zoom’ ‘plooien’ en ‘plooiband’ aan bod komen. Je ziet dat je nu dankzij het woordweb al verschillende bouwstenen (lees: alinea’s) voor je blog hebt.

 

Je zult vaak merken dat de ene kleurgroep groter is dan de andere. Misschien krijg je daar meer vragen over van klanten? Of richt jouw expertise zich daar vooral op? Of is er een andere reden? Hoe dan ook: dankzij het woordweb en de clusters zie je snel de samenhang tussen verschillende onderwerpen. Hier kun je in je blogs gebruik van maken door op een slimme manier intern te linken. 

Schrijf sneller en beter: bepaal het onderwerp

Het woordweb is het eerste deel van de oplossing. Je hebt een braindump gedaan en allerlei onderwerpen opgeschreven. Kies een cluster waarmee je aan de gang wilt. In sommige gevallen staat er zoveel in dit cluster dat je direct weet hoe jij je blog gaat opbouwen.

Het kan ook zijn dat je cluster nog niet voldoende duidelijkheid biedt. In dat geval zou ik nogmaals een woordweb maken, nu met het thema van je cluster in het midden. Een aantal woorden daaromheen heb je al opgeschreven in je eerste woordweb, dus die neem je over. Van hieruit kun je verder brainstormen.

Gelukt?

Top, dan heb je het onderwerp (inclusief deelonderwerpen) voor je eerstvolgende blog op papier staan!

Bepaal nu het doel

Vanaf dit punt pak ik weer even het voorbeeld van de blog die je nu zit te lezen op, omdat ik inhoudelijk nou eenmaal iets meer over schrijven dan over gordijnstoffen weet 😉

Om met mijn blog mijn doelgroep aan te spreken, wil ik achterhalen waarom ondernemers vastlopen in het bloggen. Daar zijn verschillende oorzaken voor, maar de reden die eruit springt is deze: ‘Bloggen moet tussen de bedrijven door. Als er eindelijk even tijd is, weet ik niet waar ik over moet schrijven of ik weet wel iets, maar ik krijg het niet duidelijk op papier.’

Dat zijn dus twee problemen die met elkaar samenhangen:

1. Bloggen vreet tijd. Negen van de tien keer, komt een blog niet eens af. Dat is frustrerend!
2. Hoe bedenk je onderwerpen?

Ik besluit dat ik wil helpen door praktische tips te geven waardoor ze sneller weten waarover ze kunnen schrijven.

Doel van dit blogartikel: ondernemers helpen om hun beschikbare tijd efficiënter in te zetten voor het bloggen.

Probeer je onderwerp te vangen in één zin: dit wordt de (werk)titel van je blog

Ik geef toe dat je inmiddels waarschijnlijk over de beloofde vijf minuten heen gaat. Maar, aan de andere kant wil ik je deze vervolgstap niet onthouden (ik kan maar niet stoppen, merk ik). 

Het is namelijk een heel leuke oefening om je onderwerp te vangen in één zin die je doelgroep aanspreekt. Als dat lukt, heb je direct de titel voor je blog te pakken. Bovendien kader je het onderwerp daarmee zo in, dat je houvast hebt tijdens het schrijven. Je zult minder snel afdwalen.

Voor dit blogartikel begon ik met het onderwerp: Schrijven kost veel tijd en het is lastig om onderwerpen te verzinnen.

Dat resulteerde in een brainstorm over een titel die de lading dekt.

Schrijven? Waarover dan?

Werd: Schrijven? Bepaal je onderwerp

Werd: Schrijven? Bepaal je onderwerp (in 5 minuten)

Samengevat:

Maak in drie minuten een woordweb en kies daaruit je onderwerp.
Neem een paar minuten de tijd om na te denken over het doel van je tekst.

Begin daarna pas te schrijven aan je blog.

Tijd over? Vang je onderwerp in één zin die je doelgroep prikkelt. Dit wordt de (werk)titel van je blog.

 

Waarom ik overstapte naar een andere bank

Waarom ik overstapte naar een andere bank

Eerlijk is eerlijk. Het is best wel even ‘een dingetje’ om naar een andere bank over te stappen. De laatste keer dat ik van rekeningnummer veranderde, was toen ik trouwde en samen met mijn aanstaande een rekeningnummer opende.

Maar toen bleef ik bij dezelfde bank.

Bovendien had ik op dat moment nog maar relatief weinig transacties.

Je hebt die bank nodig bij alles wat je doet

In de jaren die volgden, werden de banden waarmee ik vastzat aan de bank inniger en inniger. Woonlasten, loon, verzekeringen, kinderbijslag, belastingen, lidmaatschappen, verenigingen, goede doelen, rekeningen voor de kinderen.

Nou ja, je kent het rijtje wel.

Toch had ik er regelmatig moeite mee. Uit onderzoek bleek namelijk dat ‘mijn’ bank slecht uit allerlei tests kwam.

Wapenhandel?
Daar zit goed geld in, dus daar investeren we in.

Mensenrechten?
Als wij het maar goed hebben. Toch?

Klimaatverandering?
Daar doen we niet aan.

En laat ik dit soort onderwerpen nou nét wel belangrijk vinden!

Wapenhandel, mensenrechten en klimaatverandering

Vooruit, over wapenhandel denk ik niet dagelijks na en heb ik weinig gesprekken, al vind ik het moreel verwerpelijk om een ander pijn te willen doen, lees: dood te schieten.

Maar mensenrechten en klimaatverandering?
Dat zijn onderwerpen waar ik vaak over spreek met anderen, waar ik me voor wil inzetten.

In één van de eerste interviews die ik gaf, naar aanleiding van mijn debuut Mara, zei ik:

‘Ik heb een hekel aan onrecht.’

Dat was mijn drijfveer om in het boek incest aan de kaak te stellen en dát is nog altijd mijn drijfveer om personen en organisaties te steunen die zich hard maken voor mensenrechten.

En dan klimaatverandering. Een onderwerp waar nog niet alles over gezegd of geschreven is, maar dat wat wordt gezegd en geschreven, volg ik met interesse. Ik zie in mijn eigen achtertuin hoe de droogte nu voor het derde jaar op rij toeslaat en ik denk erover na hoe ik mijn steentje kan bijdragen om het tij te keren. Doe mijn best om te consuminderen en verder duurzame keuzes te maken.

Dat gaat met vallen en opstaan, maar ik ben er in elk geval bewust mee bezig. Ik deel mijn ervaringen met anderen en schreef met veel plezier mee aan het boek Groen op hakken. Ook heb ik regelmatig discussies over wat wel en wat geen zin heeft.

Maar die bank van mij, die deed weinig moeite op al deze gebieden.

Welk signaal geef je af als je klant blijft, terwijl je het fundamenteel oneens bent met gemaakte keuzes?

Hoe kan ik diensten en producten (blijven) afnemen, als ik zelf doelen nastreef die tegengesteld zijn aan die van de bank? Want met mijn klandizie bevestig ik in feite dat ze wat mij betreft wel op deze weg mogen doorgaan.

Toch had ik een zetje nodig, want ja: het is zo’n gedoe om van bank te wisselen.

Dat zetje kwam bij mijn man vandaan, die tijdens een lezing overtuigd raakte van het feit dat dit gewoon een stap was die we konden zetten.

Zetje, zeg ik, maar in feite was het optillen en meenemen wat hij deed.

Hij zocht namelijk uit welke bank wél goed scoorde.
En hij zette de overgang in werking.

Overstappen: je moet er wel wat voor doen

Daarna hoefde ik alleen nog maar wat enveloppen te openen, mijn nieuwe bankpas in gebruik te nemen, mijn bankrekening te activeren en wat berichten rond te sturen.

Ik ga niet zeggen dat ‘berichten rondsturen’ een klusje van niks is.

Dat is het namelijk wel. Je moet echt even door al je (vaste) lasten heen, bekijken waar je incasso’s hebt, periodieke overboekingen, enz. enz. Soms is het even zoeken: moet je zelf je rekeningnummer wijzigen in ‘mijn menu’ of moet je een bericht sturen? Krijg je wel of geen bevestiging van de wijziging?

Natuurlijk moet je ook je familie en vrienden, je werkgever en eventuele klanten informeren.

Kortom: je bent er even mee bezig.

Maar daarna heb je wel wat:

  1. Een bank die goede scores in de eerlijke geldwijzer heeft én die weet dat je daarom van de bewuste bank hebt gekozen (dat is dé motivatie voor zo’n bank om op de ingeslagen weg door te gaan, want je bevestigt ze dat ze goed bezig zijn)
  2. Inzicht in al je inkomsten en uitgaven
  3. En niet te vergeten: opluchting omdat je voorlopig goed zit 😉

Benieuwd hoe jouw bank het doet?
Bij de eerlijke geldwijzer vind je de scores in een duidelijk overzicht.

De romanschrijver experimenteert met taal

De romanschrijver experimenteert met taal

 

 

 

Experimenteren met taal, dat klinkt ingewikkeld…

‘Ik laat in een dialoog soms weg wie er spreekt,’ reageerde ik onder een bericht van een redacteur op LinkedIn. ‘Om de impact te verhogen.’

‘Maar is dan nog wel duidelijk wie wat zegt?’ vroeg hij.

Een goede vraag waarop ik alleen maar kon antwoorden dat ik dácht dat het in die specifieke scène duidelijk was en dat de lezer het zou waarderen. Aangezien het om een ongepubliceerde tekst gaat, zal ik er in de toekomst wel achter komen.

Maar eerst zal mijn redacteur er ongetwijfeld een gesprek over willen voeren, want:

Het is nu eenmaal gebruikelijk om in een dialoog duidelijk aan te geven wie er aan het woord is.

En dat is niet gek. De lezer heeft houvast nodig om het verhaal te kunnen blijven volgen. Een lezer die te weinig houvast heeft, haakt af en legt je boek uiteindelijk weg.

Dat is wel het laatste wat je als schrijver wilt. 

Toch kan het heel waardevol zijn om te experimenteren met taal en met de regels die we hebben afgesproken. Door de vaste routine te doorbreken kun je een lezer net wat extra prikkelen.

De lezer prikkelen

Ooit las of hoorde ik: ‘Je kunt pas van de regels afwijken, als je ze goed kent.’ Ik denk dat ik het daar wel mee eens was, maar pas de laatste tijd begrijp ik op een dieper niveau waar dit over gaat.

Je kunt wel besluiten om regels te negeren, maar daarvoor moet je de regels zo goed kennen, dat je ondanks die afwijking toch het verhaal versterkt. 

Hoe experimenteer je met taal?

Logisch gevolg van bovenstaande is misschien wel, dat experimenteren vanzelf begint en uitgebreid wordt naarmate je meer ervaring hebt als schrijver. Zo ervaar ik dat in elk geval wel.

Een experiment is een proef om iets uit te proberen. Experimenteren met taal is daarom volgens mij: uitproberen wat je kunt doen met alle ingrediënten die je hebt om een verhaal te vertellen. Het is spelen met woorden, zinnen, alinea’s, stijlen, tekstvormen, verteltijden, grammatica- en spellingsregels, met als doel: je verhaal zo goed mogelijk vertellen.

Het begint vanzelf

In mijn debuutroman Mara koos ik bewust voor één perspectief. Ik bekeek alles door de ogen van het ik-personage. Dit leverde beperkingen op, maar gaf mij ook houvast. Ik hoefde maar één persoon door en door te leren kennen. Ik experimenteerde met heel veel verschillende manieren van opschrijven, voordat ik de juiste ‘stem’ voor dit personage te pakken had.

In mijn tweede boek Noor koos ik voor twee perspectieven die elkaar afwisselden: een man en een vrouw. Dat was voor mij experimenteel. Ik moest twee verschillende stemmen leren kennen en ik moest ze ook nog hun eigen verhaal laten vertellen, waarbij beide verhaallijnen elkaar moesten versterken.

Bij mijn derde boek Sub rosa koos ik voor een ingewikkelde structuur, een boek in een boek, en meerdere vertelperspectieven.

Het waren stuk voor stuk manieren om me als schrijver verder te ontwikkelen. Waarbij ik altijd in mijn achterhoofd wilde houden:

Iedere keuze die je maakt moet het verhaal versterken.

Je ziet trouwens dat bovenstaande voorbeelden heel erg te maken hebben met de opbouw en structuur van een verhaal. Is dat experimenteren met taal? Ik denk het wel.

Als je kiest voor verschillende perspectieven, wil je de verschillende personages hun eigen stem geven. Om dat te bereiken moet je creatief met taal omgaan. Dat speelt op verschillende niveaus: hoe praat iemand, hoe kijkt iemand om zich heen, hoe denkt iemand? En dan: hoe geef je dit zo vorm dat deze persoon zijn ‘eigen stem’ krijgt?

Spelen met taal

Je kunt bijvoorbeeld ook spelen met de verteltijd (tt of vt) en de chronologie in je verhaal. Of je gebruikt ook andere tekstvormen in je roman, zoals popsongs, krantenartikelen, e-mails, etc.
Op dit moment werk ik aan een nieuwe roman en experimenteer ik veel met Whatsapp berichten. Ik ontdekte:

Een gesprek in berichtjesvorm schrijf je anders op dan een gesprek in dialoogvorm.

Daarnaast kun je ook experimenteren met de manier waarop je met de algemeen geldende grammatica- en schrijfregels omgaat. Het beste voorbeeld dat ik daarvan ken is Stad der Blinden. José Saramago experimenteert er in dit boek lustig op los. Hij plaatst leestekens en hoofdletters op plekken waar je ze niet verwacht. En dat niet alleen: in dit boek heeft geen enkel personage een naam. Mensen worden beschreven als: de eerste blinde, de oogarts, de vrouw van de oogarts, etc. 

Heel kort samengevat

Als je eenmaal bent begonnen met schrijven en er meer ervaring mee krijgt, ga je – haast als vanzelf – experimenteren met taal. Hoe kun je de taal zo gebruiken dat al je keuzes het verhaal versterken?

Praat mee!

Ik weet zeker dat bovenstaand verhaal nog niet compleet is, dus ik ben erg benieuwd: Experimenteer jij wel eens met taal? Hoe doe je dat? En wat is het effect dat je ermee wilt bereiken?

Wil je meer weten over het schrijven van een roman? Lees de introductieblog die bij deze serie hoort en de blog over verteltoon.

 

Op de hoogte blijven?

Vul je naam en e-mailadres in en ontvang een berichtje als er een nieuwe blog over het schrijven van een roman online staat.

Blogserie: hoe schrijf je een roman?

1 + 14 =

Personages voor je roman ontwikkelen #deel 2

 

 

Typisch…

‘Mijn Nederlands docent zei 15 keer “zeg maar” tijdens de les!’ verkondigde mijn dochter verontwaardigd.
‘Heb je dat teruggekoppeld?’ vroeg ik haar.
‘Nee… Dat had ik misschien wel kunnen doen.’
‘Of je laat het erbij,’ zei mijn man. ‘Er zijn wel andere dingen om je druk over te maken.

Er ontstond een gesprek over stopwoordjes en plotseling schoot me die ene jongen uit mijn brugklas te binnen. Peter.

Peter had ook een stopwoordje.
Of eigenlijk was het een uitdrukking.
Het was een kreet die hij de hele dag door, te pas en te onpas, gebruikte:

‘Za’k maar zegguh!’

Door ons gesprek over ‘zeg maar’ en andere stopwoordjes, schoot me die kreet weer te binnen. En met dat ik me die uitspraak herinnerde en erover vertelde, zag ik Peter weer voor me.

Donker haar.
Sproeten.
Flinke overbeet.
Beetje slungelig.

Maar boven alles hoorde ik hem ineens weer praten.
Plat praoten.
Hard praten.
En met een kraakje in zijn stem. 

De verbeelding prikkelen

Lezers van fictie willen kunnen meeleven met het verhaal. Of het nu gaat om een thriller, een avonturenroman of een liefdesverhaal: het is de bedoeling dat de schrijver de verbeelding zodanig prikkelt dat de lezer graag blijft doorlezen.

De ontwikkeling van tot de verbeelding sprekende personages, kan hier zeker bij helpen. Ik schreef al over mijn plan van aanpak om een personage te ontwikkelen. Later besefte ik dat de blog vooral gaat over de kaders: omgeving, geslacht, leeftijd, enzovoorts.

Maar als dat eenmaal bepaald is, komt de verdieping.

Karakterisering

Want wat voor karakter heeft jouw personage?
Hoe kom je daar achter en vooral: hoe breng je een bepaald karakter tot leven?

Bovenstaand voorbeeld zette mijzelf in elk geval weer even op scherp. Hoewel jij Peter niet zult kennen, heb je waarschijnlijk wel een beeld van hem gekregen. Je zou kunnen concluderen dat hij:

1. Zich niet druk maakt over ABN (dit haal je uit de zin zelf)
2. Graag gehoord wordt (dit weet je door mijn beschrijving)

Twee elementen die een schrijver kan versterken: de schrijver kan dit gebruiken om het zelfvertrouwen van een personage te onderstrepen, of bijvoorbeeld juist zijn onverschilligheid. 

Zoeken naar typeringen

Toen ik begon met schrijven was ik een jaar of zestien. Ik las veel, onderzocht veel en schreef er vervolgens een verhaal over. In mijn eerste roman, Mara, gebruikte ik typeringen die pasten bij het tijdsbeeld, maar ook bij de situatie waarin de hoofdpersoon zich bevond. Op die manier ontstond – na heel veel proberen, schrijven, schrappen, weer schrijven en weer schrappen – uiteindelijk het karakter Maria. 

Ik beperkte me tot haar verhaal en werkte de andere personages minder uit. Met een paar pennenstreken schetste ik een beeld, maar bleef daarin bewust vrij plat. Alles draaide om Maria. Bovendien: ik had me zo intens in haar ingeleefd dat ik er geen anderen bij kon hebben.

Hulpmiddelen voor de romanschrijver

Inmiddels ben ik een aantal jaren ouder en een paar boeken wijzer.
Je zou zeggen dat de methode dan inmiddels minder omslachtig kan zijn.

Toch heb ik tot nu toe altijd via deze manier gewerkt. Pas sinds een paar maanden ben ik me bewust van de hulpmiddelen die ik kan inzetten om een personage beter te karakteriseren. En die ontdekking deed ik door mijn werk als tekstschrijver.

Ik kwam via mijn werk in aanraking met een bureau dat assessments afneemt. De mij al bekende DISC werd bij hen veel gebruikt, maar daarnaast deden ze ook een Talent Management Assessment. Ik leerde hier meer over tijdens de opdracht, maar het kwartje viel nog niet.

Dat viel pas toen ik enige tijd geleden voor de gein een online test invulde. Ik kreeg een uitgebreid verslag te lezen met allerlei karaktereigenschappen die (meer of minder goed) bij mij pasten in de context van verschillende sociale omgevingen.

Handig!

Gedrags- en persoonlijkheidskenmerken kennen en gebruiken

Bij het schrijven van mijn nieuwe roman, ben ik daarom dieper in die 16 verschillende persoonlijkheden gedoken. Ik ontdekte welke persoonlijkheid het beste bij Laura past en welke persoonlijkheid ik daar goed tegenover kan zetten. 

Ik kan pas over een aantal maanden zeggen in hoeverre dit wel of niet behulpzaam was bij het schrijven, maar op dit moment ben ik erg blij met deze handige achtergrondinformatie die mij inspiratie geeft om de karakters vorm te geven (en lekker met elkaar te laten botsen!)

Ik herhaal nog wel even een belangrijk uitgangspunt wat ik eerder aanhaalde in deel 1 over het ontwikkelen van personages: stel jezelf ook nu steeds opnieuw de waaromvraag!

Waarom de waaromvraag?

Als je het echt goed wilt doen, draagt ieder element in je boek bij aan het verhaal. Dus stel de vraag waarom je kiest voor een bepaald persoonlijkheidstype met bijbehorende gedragskenmerken.

Vraag je steeds af waarom je bepaalde keuzes maakt en beargumenteer je keuze voor jezelf. Je zult dan ontdekken of jouw keuze het verhaal versterkt of juist niet.

Heel kort samengevat

Een karakter ontwikkelt zich gaandeweg het schrijven, maar je kunt gebruikmaken van hulpmiddelen. Verdiep je in gedrags- en persoonlijkheidskenmerken en gebruik bijvoorbeeld de DISC-methode of de theorie over de 16-personalities.

Praat mee!

Ik weet zeker dat bovenstaand verhaal nog niet compleet is, dus ik ben erg benieuwd: Hoe denk jij over de het ontwikkelen van je romanpersonages?

Wil je meer weten over het schrijven van een roman? Lees de introductieblog die bij deze serie hoort en de blog over verteltoon.

 

Op de hoogte blijven?

Vul je naam en e-mailadres in en ontvang een berichtje als er een nieuwe blog over het schrijven van een roman online staat.

Blogserie: hoe schrijf je een roman?

15 + 10 =

Personages voor je roman ontwikkelen #deel 1

Personages maken je roman

Een verhaal drijft op de personages (en op de plot, de verteltoon, spanningsbogen, cliffhangers en veel meer… 😉) Je begrijpt: over al deze onderwerpen volgen nog blogs, maar vandaag staan de personages centraal. Die bepalen voor een groot deel hoe een verhaal vorm krijgt én hoe de lezer het verhaal ervaart.

Eerst wat achtergrondinformatie.

Hoe zit het ook alweer met personages?

Heel kort: Personages zijn alle personen die je als lezer tegenkomt in het boek, waarbij de protagonist, de antagonist en bij-figuren worden onderscheiden.

Protagonist

Allereerst heb je de protagonist: het belangrijkste personage, de held van het verhaal. Het karakter van de protagonist wordt diep uitgewerkt en vormt een ‘round character’. Het is degene over wie de lezer het meest te weten komt. Op Wikipedia lees je meer over de protagonist.

Antagonist

De tegenhanger van de protagonist is de antagonist: degene die de hoofdpersoon tegenwerkt. De botsing tussen de doelen van de protagonist en de antagonist vormt een belangrijk middel om spanning in een verhaal op te bouwen. Ook een antagonist kan ver uitgewerkt worden.

Bij-figuren

Daarnaast zijn er bij-figuren rondom de hoofdpersoon, denk aan een belangrijke vriend of vriendin of bijvoorbeeld collega’s. Deze personages geven body aan je hoofdpersoon. Ze plaatsen jouw protagonist in een context en door hun inbreng kun je het belangrijkste karakter verder ‘aankleden’.

Tot slot kom je in een verhaal her en der ook bij-figuren (figuranten) tegen die een heel beperkte rol hebben. Vaak worden ze zelfs niet bij naam genoemd, maar is het bijvoorbeeld de kassière, de dominee of de leerling.

Ieder personage heeft zijn eigen rol en functie. In deze blog ga ik verder in op de ontwikkeling van je hoofdpersonage(s).

Een (hoofd)personage voor je roman ontwikkelen

Om een goed verhaal te schrijven, moet ieder element bijdragen aan de waarde van je verhaal. De ontwikkeling van je personages is daarom heel belangrijk. Maar hoe doe je dat?

Ik vind het zelf vaak een hele zoektocht.

Allereerst kijk ik naar het verhaalidee en de thematiek. Daardoor vallen soms al puzzelstukjes op hun plaats. Toen ik aan mijn nieuwste roman begon, wilde ik schrijven over een vrouw die een midlifecrisis doormaakt. Ik was daarbij vooral benieuwd naar de gevolgen die haar keuzes zouden hebben voor haar gezin.

Mijn romans gaan vaak over situaties waarvan ik me afvraag: ‘Wat doet dit met je?’

Ik wist dus direct dat ik een vrouwelijk personage nodig had. Verder vond ik het belangrijk dat ze getrouwd was en minstens één kind had, omdat ik nieuwsgierig was naar de gevolgen binnen een gezin.

Mijn methode? Vragen stellen en research doen

De vrouw zou de hoofdrol gaan spelen, dus ik begon na te denken over dit personage. Ik stelde mezelf allerlei vragen:

  • Hoe heet ze?
  • Waar woont ze?
  • Wat voor werk doet ze?
  • Heeft ze een goed huwelijk?
  • Hoeveel kinderen heeft ze?
  • Wie zijn haar vrienden?
  • Is ze wel of niet gelovig?
  • Heeft ze plezier in haar werk?
  • enz.

Terwijl ik nadacht over dit personage en research deed naar het thema, ontdekte ik dat ‘midlifecrisis’ een breed begrip is, met heel veel invloed en een heftige impact op het leven van betrokkenen. Ik verkleinde het thema naar het hebben van een affaire; dat vond ik heftig genoeg voor één boek.

Daardoor ging ik opnieuw nadenken over mijn hoofdpersonage. Sommige vragen werden belangrijker:

  • Met wie is ze getrouwd?
  • Hoe kijkt ze tegen het instituut van het huwelijk aan?
  • Is ze gelukkig?
  • Wat is de rol van kinderen als er sprake is van een affaire?
  • Hoe ontmoet ze haar minnaar en waarom staat ze open voor een verhouding?
  • Heeft ze een vriendin aan wie ze alles vertelt?
  • enz.

Uitproberen of een personage ‘klopt’ bij het verhaal

Tijdens mijn onderzoek ontdekte ik dat mensen die vreemdgaan lang niet altijd ongelukkig getrouwd zijn. Verliefd worden op een ander en een verhouding beginnen, komt veel voor. Heel vaak zonder dat er een duidelijk aanwijsbaar probleem in het huwelijk is. Eerder wordt er gesproken over: ‘het overkwam me’, ‘er was een mogelijkheid’ en: ‘ik rolde er gewoon in’. 

Die ontdekking verraste me en ik besloot daarom dat mijn personage gelukkig getrouwd moest zijn.
Dat gelukkige huwelijk moest al een tijd duren. Zo wordt duidelijk dat een echtpaar dat al de nodige ups en downs heeft meegemaakt, ook in een crisis kan belanden.
Ik dacht na over de periode dat ze verliefd werden en verkering kregen en de eerste jaren van hun huwelijk. Informatie waarvan de lezer misschien maar een fractie terugziet als hij het boek leest, maar informatie die ik wel nodig heb om te weten hoe de karakters zich tot elkaar verhouden.

Door vragen te beantwoorden en dingen uit te proberen, ontwikkelen zich niet alleen de personages (ook de echtgenoot, een vriendin en het kind kreeg ik steeds duidelijker in beeld). Ook de verhaallijn zelf krijgt steeds meer vorm.

Het uiterlijk van een personage

Sommige auteurs verzamelen foto’s van mensen die hen op de één of andere manier inspireren. Als ze dan een karakter uitwerken, nemen ze die foto’s erbij als visueel hulpmiddel. Bij mij werkt het niet zo. Sterker nog: het uiterlijk van mijn personages vind ik totaal niet interessant (behalve als het uiterlijk van een personage invloed heeft op het verhaal).

Tot op dit moment heb ik geen flauw idee of Laura blond is of donker en het maakt me ook niet uit. Wat er voor het verhaal wél toe doet is of Laura zich mooi voelt en op welke momenten ze dat voelt.

Uit: [Hier komt nog een titel] – Lisette van de Heg
Hij had gezegd dat hij me mooi vond.
En ik maakte me zorgen over wat Dineke daarvan zou denken.
Maar ikzelf dan? Wat vond ik daarvan?
Jean Paul vond me mooi.

Ik bloosde en ik glimlachte.

De naam van een personage

Uiterlijk vind ik dus niet zo belangrijk* voor de ontwikkeling van een personage maar wat me wel heel erg remt of bevestigt is de naam van een personage. Wanneer ik personages wil leren kennen, probeer ik daarom ook namen uit.

*Let op. Deze uitzondering bevestigt de regel: als het uiterlijk van een personage invloed heeft op het verhaal, is het uiterlijk wel belangrijk!

In het begin van een schrijfproces, wissel ik vaak van naam of ik gebruik iets als: /// of ??? op de plekken waar namen moeten komen te staan. Een naam beïnvloedt mijn gedachten over hoe iemand is en moet daarom ‘goed voelen’.

Pas na vier namen, had ik voor mijn nieuwe roman de naam van de hoofdpersoon te pakken. Ook de naam van Laura’s echtgenoot en kind veranderde ik meerdere keren.

Ik vind het erg leuk als een naam letterlijk klopt: vaak kies ik namen op basis van de betekenis die ze hebben. Het gebeurt ook wel eens andersom: in mijn nieuwe roman introduceerde ik Johan. Pas veel later ontdekte ik dat de betekenis van deze naam alles met genade te maken heeft. Ik zag dat als een knipoog van boven. Johan kon blijven 😊.

Ontdekken hoe personages bijdragen aan het verhaal

Ik vind het belangrijkste bij de ontwikkeling van personages, dat ik ontdek hoe iemand is en hoe dat bijdraagt aan het vertellen van het verhaal. Om dat te bereiken denk ik na over heden, verleden en context en stel ik mezelf heel veel vragen. Met de verzamelde informatie ga ik aan de slag en al schrijvend ontstaat dan een beeld dat steeds duidelijker wordt.

Vooral in de beginfase stel ik dat beeld regelmatig bij. In een eerdere versie zat Johan op kantoor en had hij een eigen secretaresse, maar later bleek dat het beter bij Johan paste als hij ander werk had. Het kantoor ruimde het veld voor een lesauto en de secretaresse-op-leeftijd werd ingewisseld voor jeugdige leerlingen die hun rijbewijs willen halen. Het plaatje dat ik van Johan had in mijn hoofd, veranderde hierdoor drastisch: van saaie kantoorpief naar bevlogen rij-instructeur.  

Merk je het verschil in beleving?

Stappenplan

Is het mogelijk om een stappenplan te maken voor het ontwikkelen van personages? Ik heb dé handleiding nog niet ontdekt, maar tegelijkertijd denk ik wel dat er vragen zijn waar vanuit je kunt starten:

  • Is je (hoofd)persoon een man, een vrouw, een kind, een dier, een elf, een tovenaar, een…?
  • Hoe oud is diegene?
  • Hoe ziet het verleden van je hoofdpersonage eruit?
  • Waar (en in welke tijd) woont en werkt hij?
  • Hoe ziet zijn sociale leven eruit?
  • Wat heeft hem op dit punt in zijn leven gebracht?
  • Hoe denkt hij over de toekomst?
  • En natuurlijk de belangrijke aanvullende vraag achter iedere bovenstaande vraag:
    Waarom?

Waarom de waaromvraag?

Als je het echt goed wilt doen, draagt ieder element in je boek bij aan het verhaal. Een mannelijk personage heeft een andere invloed op het verhaal, dan een vrouw of een kind. Ook de leeftijd van een personage doet ertoe: iemand die heel oud is, veel levenservaring heeft en de oorlog heeft meegemaakt, reageert anders op een gebeurtenis dan een jong kind.

Vraag je daarom altijd af waarom je bepaalde keuzes maakt. Je zult dan ontdekken of een keuze het verhaal versterkt of juist niet.

Heel kort samengevat

Het beantwoorden van vragen, brengt je op nieuwe vragen, waardoor het karakter steeds ‘ronder’ wordt. Natuurlijk bepaal je per personage hoe compleet het beeld moet zijn!

Praat mee!

Ik weet zeker dat bovenstaand verhaal nog niet compleet is, dus ik ben erg benieuwd: Hoe denk jij over de verteltoon?

Wil je meer weten over het schrijven van een roman? Lees de introductieblog die bij deze serie hoort, en de blog over verteltoon.

 

Op de hoogte blijven?

Vul je naam en e-mailadres in en ontvang een berichtje als er een nieuwe blog over het schrijven van een roman online staat.

Blogserie: hoe schrijf je een roman?

5 + 7 =