Ik heb een haat-liefde verhouding met hardlopen. De haat zit ‘m vooral in het daadwerkelijke beginnen, maar ook in de momenten dat alles stroef gaat: mijn ademhaling, mijn gedachten, mijn benen.

De liefde komt vaak wat later, als ik het juiste tempo heb gevonden en mijn ademhaling onder controle is. Als mijn gedachten zich vrij maken en onbelemmerd alle kanten op gaan. Als de cadans van mijn voetstappen op het asfalt perfect samenvalt met de beat van het liedje waar ik naar luister.

Het sleutelwoord? Ritme.

Visual van het acroniem RITME – Routine, Intentie, Tijd, Momentum en Evaluatie – dat laat zien hoe schrijfroutine helpt om een boek af te maken.

Niet sneller, maar in cadans: waarom ritme belangrijker is dan inspiratie

Wie schrijft, loopt eigenlijk ook. Soms met tegenzin, soms met flow. En net als bij hardlopen komt vooruitgang niet uit de lucht vallen. Je gaat vooruit door het ritme. Ritme in planning, ritme aan je bureau.

Niet de perfecte start of een flinke dosis inspiratie bepaalt of je boek er komt, maar een goed ritme. En het mooie is: ritme kun je trainen en je eigen maken.

Waar begin je?

Met het aantrekken van je sportkleding. Wie klein begint, verlaagt de weerstand en vergroot de kans dat het een gewoont wordt. Begin dus niet met perfectie, maar met iets wat klein en haalbaar is. Plan vaste schrijfblokken per week en bewaak die tijd. Wees hierbij realistisch: wat is haalbaar en past in jouw weekritme? Zelfs als je weinig tijd hebt, helpt een vast ritme je om wél vooruit te komen.

En dan die momenten dat het ineens begint te hozen. Ga je wel, of ga je niet?
Schrijven werkt precies zo. Het vraagt om focus en aandacht. Bescherm je schrijftijd door meldingen uit te zetten, je telefoon weg te leggen en mensen in je omgeving duidelijk te maken dat je even niet beschikbaar bent.

Hoe houd je het vol?

Wie regelmatig traint, merkt vanzelf dat het makkelijker wordt. Volhouden draait meer om herhaling dan om wilskracht. Dat geldt ook bij het schrijven van je boek. Je kunt kleine schrijfrituelen ontwikkelen die helpen om sneller in het ritme te komen. Kies muziek die bij je stemming past, schrijf kort met pen en papier en lees even terug wat je eerder schreef.  

Toch is alleen de routine niet voldoende. Volhouden vraagt om ritme in de verschillende schrijffases: je zoekt naar een goede wisselwerking tussen focus en ontspanning, tussen schrijven en herlezen, tussen creëren en reflecteren.

Iedere schrijver heeft zijn eigen ritme, maar dat ritme voelt niet elke dag hetzelfde. Wat je nodig hebt, hangt af van de fase waarin je zit. De ene dag wil je vrijuit creëren, de andere dag juist ordenen, onderzoeken of herschrijven.

Wie leert schakelen binnen én tussen de verschillende schrijffases, leert schrijven met ritme. En dat ritme is precies wat een boek afmaakt: stap voor stap, bladzijde na bladzijde.

Wanneer ben je klaar?

Bij de mensen die ik begeleid, zie ik dat het antwoord op deze vraag meestal vanzelf groeit tijdens het proces. Ik moedig schrijvers altijd aan om te streven naar wat op dat moment haalbaar en goed is, niet naar perfectie, maar naar groei die past bij hun eigen schrijversreis.

Schrijven is altijd zoeken naar balans: wat vertel je wel, wat vertel je niet? Welke woorden gebruik je wel, welke niet? Wanneer is het goed, wanneer nog niet?

Er komt een moment dat je je verhaal deelt met proeflezers. Hun feedback, jouw eigen weten, misschien nog een zetje van een uitgever of redacteur – dat alles samen zorgt ervoor dat je weet: het is goed. Het is klaar.