Nieuw bedrijf = nieuwswaarde = persbericht

Nieuw bedrijf = nieuwswaarde = persbericht

Onlangs zat ik met een stel ondernemers om tafel die een prachtig bedrijfsplan hadden ontwikkeld voor hun nieuwe bedrijf. Ik was uitgenodigd om teksten voor hun website te schrijven.

‘Die website moet online. We weten dat het niet in één keer af is, dus we vinden het fijn als jij met ons een teampje vormt, zodat de teksten met ons bedrijf kunnen meegroeien.’

Dat deze ondernemers begrijpen hoe het werkt (lees ook mijn blog over een website die nooit af is), bleek uit bovenstaande opmerking, maar ook uit het bedrijfsplan dat ze hadden gemaakt en de doelen die ze zich stelden. We hadden een prachtig gesprek over hun idealen, hun drijfveren en hun plannen.

Website snel lanceren

Ondanks de krappe deadline (het bedrijf zou over drie weken van start gaan en ze wilden de website een week eerder online hebben) kreeg ik steeds meer zin en vertrouwen in deze klus. De voorwaarden waren wat mij betreft aanwezig: gedreven mensen met een goed verhaal.

‘Ik heb ideeën zat, maar ik krijg het niet op papier,’ zei één van hen. De anderen knikten.
‘Geeft niets. Als jullie vertellen, schrijf ik het op.’

Want dat is hoe het werkt. Ik verzin geen verhaal voor ondernemers, ik zorg er alleen voor dat het bestaande verhaal duidelijk op papier komt.

‘Maar wat betreft de start van jullie bedrijf,’ vervolgde ik, ‘hoe gaan jullie dat lanceren?’

Voor het eerst viel er een stilte. Hier hadden ze nog niet over nagedacht.

‘Is het echt jullie bedoeling om op die bewuste dinsdag naar kantoor te gaan, de deur van het slot te draaien en op mensen te gaan zitten wachten?’

Start je een nieuw bedrijf? Dat heeft nieuwswaarde. Stuur een persbericht!

Nieuwswaarde = persbericht = kans op gratis publiciteit

De start van een nieuw bedrijf heeft nieuwswaarde, zeker in je eigen regio. Stuur daarom altijd een persbericht over de start van jouw bedrijf naar (lokale) bladen. Vertel over jouw (nieuwe) product, de extra werkgelegenheid, of over jouw oplossing voor een herkenbaar probleem.

Start je met een nieuw bedrijf?
Maak gebruik van de nieuwswaarde, verstuur persberichten en pak die kans op gratis publiciteit!

Bekijk welke (dag)bladen in jouw regio worden gelezen, maar kijk ook of er (landelijke) organisaties of verenigingen zijn waar jouw product of dienst een uitkomst voor is. Vergeet tenslotte de plaatselijke radio- en televisiezender niet, want als dat persbericht toch geschreven wordt, kun je het maar beter zo goed mogelijk verspreiden.

Heb je de garantie dat je persbericht geplaatst wordt?

Nee. Een redactie bepaalt zelf welke berichten wel en niet worden geplaatst. Ook is het mogelijk dat de redactie het persbericht aanpast (dus niet één op één overneemt)

Maar is het maken van een persbericht dan geen verspilde moeite?

Nee. Zeker niet. Er zijn nieuwsredacties die de mogelijkheid geven om je persbericht ook digitaal (op hun website) te publiceren. De gebruikers van deze website, zullen jouw nieuws zien. Bovendien kun jij deze online publicatie gebruiken op je eigen social media, bijvoorbeeld op LinkedIn of Facebook. Uiteraard kun je het persbericht ook nog op je eigen website publiceren, bijvoorbeeld op je nieuwspagina.

Bij de start van je nieuwe bedrijf denk je na over een aantal voor de hand liggende dingen:

  • Je schrijft je in bij de KvK.
  • Je laat een huisstijl en logo ontwikkelen en regelt visitekaartjes.
  • Je maakt een marketingplan: waar en hoe ga jij jouw product of dienst verkopen?
  • Je stelt een strategie op voor de communicatie: hoe kom je in contact met je doelgroep?
  • Je regelt een website met supergoede teksten.

En ja: je verstuurt ook een persbericht over de start van je nieuwe bedrijf. Want een kans op gratis publiciteit laat je toch niet liggen?

Een website met een groot bereik, graag

Een website met een groot bereik, graag

Ben je een (beginnende) ondernemer en laat je een nieuwe website bouwen? Of heb je al een aantal jaren dezelfde website en vind je dat het tijd is om de teksten op die site weer eens aan te pakken? Lees dan vooral even verder!

Toen ik als tekstschrijver startte, werd het me algauw duidelijk dat je twee soorten schrijven hebt:
schrijven voor internet en schrijven voor print.

Teksten voor internet zijn breed toepasbaar en daardoor heel waardevol.

Staat daar een keiharde scheidingslijn tussen? Nee, dat niet direct, maar grof gezegd kun je stellen: wat je bij schrijven voor print kunt toepassen, kun je niet automatisch toepassen op schrijven voor internet. Andersom geldt wel dat je teksten voor internet vaak ook kunt gebruiken voor print.

Met teksten voor internet vergroot je je bereik

Bijna iedere ondernemer heeft een website en veel ondernemers komen met de vraag: ‘Kan ik door jou mijn website teksten laten schrijven?’ bij mij terecht. Vaak omdat ze een nieuwe website laten bouwen, of omdat de bestaande website wordt geüpdatet.

De webteksten moeten zorgen voor een groter bereik. Je weet wel: stromen klanten die als vanzelf de website vinden en die direct de ondernemer opbellen om afspraken te maken en bestellingen te plaatsen.

Ja…

Dromen is fijn.

En het kan vast wel.

Maar om hoog in Google te ranken is meer nodig dan eens in de zoveel tijd je website een opfrisbeurt te geven. Als je al wat zoektermen hebt ingetikt voor je nieuwe webteksten, ben je ongetwijfeld de termen ‘SEO’  en ‘SEA’ tegen gekomen, of beloftes als: hoger ranken, hoe behaal je de nummer één positie in Google, scoren met je blog, etc.

Ik doe niet aan dat soort beloftes, want SEO is een breed begrip en aan SEA waag ik me niet eens (daar zijn andere specialisten voor). Ik wil het hebben over de invloed die jij zelf kunt hebben op je bereik.

Een website is nooit af

Nieuwe website teksten zijn een prima uitgangspunt als je je bereik wilt vergroten. Maar houd je het daar voor de komende jaren bij, dan kun je die opfrisbeurt van je website net zo goed laten zitten.

Het zit in mijn ogen zo:

Je website is niet af op het moment dat hij live gaat. Een goed werkende website met een groot bereik is een levend, organisch onderdeel van je bedrijf. Het mooie van internet is (in tegenstelling tot print) dat je kunt aanpassen, toevoegen en schrappen: alles wat het beste past bij de fase waarin jouw bedrijf zich nu bevindt.

Website en social media vullen elkaar aan

Als je op mij lijkt (en op de meeste ondernemers die ik ontmoet), dan heb je behalve je website nog één of meerdere social media kanalen waar je aanwezig bent.

Maar, wat ik ook uit eigen ervaring weet en wat ik zie bij veel ondernemers: we zijn wel aanwezig op die social media, maar we weten niet altijd precies wat we daar eigenlijk doen.

Een like uitdelen en af en toe een fotootje plaatsen, dat gaat nog wel.
Maar regelmatig berichten plaatsen wordt lastiger.

Want wát moet je dan in vredesnaam posten?

Gebruik je bedrijfsverhaal!

Het duurde even voordat ik het doorhad, maar het groeide haast als vanzelf. Hoe vaker ik opdrachtgevers sprak en opdrachten uitvoerde, hoe duidelijker werd wat ik – als tekstschrijver – belangrijk vind. Mijn eigen bedrijfsverhaal was (en is) in ontwikkeling en dat gaf me inspiratie. Vanuit mijn bedrijfsverhaal werd het ineens veel gemakkelijker om mijn website en LinkedIn slim in te zetten!

Het mooie is, dat jij dit ook kunt doen. Jouw bedrijfsverhaal is er al. Het zit in het DNA van jouw onderneming. Het is de reden waarom je met je onderneming begon, hoe dat verlopen is, wat je geleerd hebt, hoe je gegroeid bent, wat je toekomstplannen zijn.

Neem jij je bedrijfsverhaal als uitgangspunt dan wordt (online) communicatie ineens veel gemakkelijker. In een uitgedachte strategie vormen de berichten vanuit jouw website, jouw mailings en jouw social media posts één geheel.

Als het goed is, ontwikkelt het bedrijfsverhaal met jou mee. Het groeit en verandert: jij stoot (met reden) producten of diensten af, of voegt juist producten of diensten toe. Op jouw website krijgen deze veranderingen een plek. Of dit nu is in de nieuwsberichten of blogs of in de basisteksten, dat maakt niet uit. Als je het verhaal maar blijft onderhouden.

Combineer je de ontwikkeling van je bedrijfsverhaal met een slimme social media strategie, dan krijg je meer dan een simpele planning die zegt dat je iedere week een post plaatst op LinkedIn. Er ontstaat samenhang in jouw communicatie.

Let daarbij altijd op je doel en doelgroep

Op Facebook heb jij een andere groep volgers dan op LinkedIn. Dus nee: je post niet op beide kanalen exact hetzelfde bericht. Dat werkt niet. De doelgroepen verschillen, dus je past de berichten daarop aan.

Niet per se inhoudelijk, maar wel qua toon en uitstraling.

Met een bedrijfsverhaal dat in ontwikkeling is, heb je steeds nieuwe input voor berichten op je website en social media.

De techniek en het beheer van je eigen website

Ten slotte wil ik de techniek nog noemen. Als laatste, omdat het (relatief weinig) met mijn vakgebied te maken heeft, maar zeker niet als minste.

Als je tot zover bent gekomen met het lezen van deze blog dan weet je dat naar mijn mening je website nooit ‘af’ is. Jouw website groeit mee met jouw bedrijf. Met andere woorden: je website is, net als je bedrijfsverhaal, altijd in beweging waardoor je bereik groeit.

Maar bij veel ondernemers ligt hier een groot technisch obstakel:

‘Ik moet mijn webbouwer bellen als ik iets wil wijzigen.’
‘Iedere keer als ik inlog op het CMS, ben ik zoveel tijd kwijt met uitzoeken hoe het ook alweer werkt, dat ik het laat liggen.’
‘De nieuwe medewerker op kantoor gaat de website bijhouden, maar inwerken op het systeem is lastig. Dus dat komt later wel.’

Al deze opmerkingen hebben één ding gemeen: ze gaan over Onbeheersbare, Ingewikkelde Content Management Systemen.  

Ingewikkeld. Tijdrovend. Doet niet wat jij wilt. Duur (als je voor iedere wijziging de webbouwer moet inschakelen).

Zo’n website is zonde van jouw tijd en geld!

En totaal onnodig.

Er zijn meer dan genoeg webbouwers en Content Management Systemen waar al deze obstakels niet bestaan. Ga je (opnieuw) investeren in een website? Laat je voorlichten door verschillende webbouwers. Bedenk wat de website voor jou moet doen en vraag de webbouwer naar mogelijkheden en oplossingen.

Houd het logisch. Houd het eenvoudig. Houd het beheersbaar.

Wat ik maar wil zeggen is:

  • Stop met ‘zomaar wat te doen’.
  • Maak van je website een organisch, levendig onderdeel van je bedrijf.
  • Jouw bedrijfsverhaal groeit. Deel dit verhaal op je website en in al je andere (online) uitingen en laat zo je bereik meegroeien.
Elevatorpitch

Elevatorpitch

Anderhalf jaar geleden had ik nog nooit van de elevatorpitch gehoord.
Inmiddels weet ik dat er ondernemers zijn die wekelijks pitchen tijdens hun BNI-netwerkontbijt.
Dat er wedstrijden elevatorpitchen bestaan.
Dat er coaches zijn die jou leren pitchen.
Dat ik het best lastig vind om zelf te pitchen.

En ik ontdekte een manier van pitchen waar ik me fijn bij voel. Ik ontdekte de storypitch.

Maar eerst…

kladblok met vragen over schrijven

Wat is een elevatorpitch?

De naam elevatorpitch verraadt het al. Terwijl je met een onbekende in de lift staat, moet je in een paar woorden kunnen uitleggen wie je bent en wat je doet. Dat is een heel handige vaardigheid voor een ondernemer.
Meestal wordt er een tijdsduur van een minuut aan de pitch gekoppeld (de tijd die de lift erover doet om je naar de andere verdieping te brengen)

Hoe maak je een elevatorpitch?

De eerste keer dat ik moest gaan pitchen, struinde ik internet af op zoek naar tips. Hoe pak je dat pitchen aan en waar moet je (afgezien van de tijdsduur) op letten? Ik kwam de XYZ-formule tegen die Bart van de Belt deelt in dit filmpje . De formule vond ik fijn, de eenvoudige opbouw bood houvast en ik maakte daar dankbaar gebruik van.

Show, don’t tell

Na die eerste keer pitchen bleef ik deze opbouw gebruiken. Toch begon er langzamerhand iets aan me te knagen. De ‘recht in je gezicht’ aanpak past niet zo goed bij mij. Misschien omdat ik bij het schrijven van mijn romans iets heel anders heb geleerd. Namelijk dat het beter is om je lezer zelf de beelden te laten vormen in plaats van alles letterlijk voor te kauwen. Daar bestaat zelfs een mooie schrijfterm voor: Show, don’t tell.

Wat jij als pitchende ondernemer hebt aan Show, don’t tell?  Ik had er het volgende aan, sterker nog, ik won er mijn eerste bedrijfsfilmpje mee!

Pitchwedstrijd

Ik wist vooraf dat er allemaal ondernemers aanwezig zouden zijn. Ik kon mijn verhaal daarom eenvoudig aanpassen aan deze doelgroep: ondernemers. Ik koos een herkenbare situatie die deze doelgroep zou aanspreken. Dit was mijn pitch:

 

Deze pitch leverde me bovenstaande filmpje, gemaakt door Mootiv op.

Jij bent ondernemer en je hebt een verhaal over je product of dienst.
Dat verhaal wil je delen met je klanten. Je vertelt erover, je bent enthousiast, je geeft antwoord op de vragen van je klant en je deelt je kennis.

Datzelfde verhaal wil je ook kwijt op je website, op je Facebookpagina in je blog of misschien in een brochure of folder die je laat maken.

Eitje, toch?

Je gaat zitten, opent je tekstverwerker en je staart naar die knipperende cursor.
Je schrijft een paar woorden, maar al heel snel wordt de delete-knop je beste vriend.

Je kijkt op je horloge en je bedenkt dat je echt wel wat beters te doen hebt. Jouw bedrijf vraagt je aandacht!

Die tekst komt wel. Volgende week, volgende maand, of misschien…
In elk geval: vóór het einde van het jaar. Dan is die tekst er wel.

Herkenbaar?

Van uitstel, komt afstel.

Maar er is een oplossing. Die oplossing heet: Lisette van de Heg. Ik ben tekstschrijver en ik vertel jouw verhaal in duidelijke taal.

 

Niet alleen was ik een pitchervaring rijker. Ik kreeg ook nog eens de kans om de pitch op te laten nemen in een opnamestudio.

Prachtig toch?!

Storypitch

Een week nadat ik met deze pitch de wedstrijd won, was ik bij een lezing.

Presentatiecoach Gabriëlle Dick noemde de term ‘storypitch’ en paste het meteen toe. Ik herkende de opbouw direct, want die had ik een week eerder zelf gebruikt.

Ik dacht enthousiast: Pitchen kan en mag dus ook anders!

XYZ-pitch of storypitch?

Maakt het uit of je een formule gebruikt voor je pitch, of dat je de pitch aankleedt met een verhaal? Nee, ik denk niet dat het daarom draait.
De belangrijkste les die ik leerde was: pitch op de manier die bij jou past. Ga na wat je prettig vindt en dwing jezelf niet in de succesformule van een ander.
Want het is jouw verhaal. Jouw product. Jouw dienst.
En jouw elevatorpitch.

Wat vind jij een fijne manier van pitchen?

De netwerkborrel, lastig of leuk?

De netwerkborrel, lastig of leuk?

Netwerken, is dat nu lastig, of leuk?
3 lessen over netwerken die we kunnen leren van kleine kinderen én mijn persoonlijke tips om enthousiast thuis te komen na een netwerkborrel.

Netwerken

Om een gezond bedrijf op te bouwen, moet jij – net als ik – netwerken.
Dat is belangrijk, want zonder netwerk geen klanten.
Zonder klanten, geen inkomen.
En zonder inkomen… problemen.

Maar het punt is: ‘Ik ben niet zo’n netwerker. Waar moet ik beginnen?’

Netwerken is als spelen in de zandbak

Er is altijd wel een zandbak in de buurt. Of het nu in de achtertuin bij de buren is of in het speeltuintje verderop in de straat: kinderen weten die zandbak feilloos te vinden. Ik denk dat kinderen een antenne hebben die ze vertelt waar ze leuk kunnen spelen. Ze houden hun ogen en oren goed open, zodat ze gebruik kunnen maken van de eerstvolgende beschikbare zandbak.

Les 1: Er is altijd wel een netwerk in de buurt.

‘In de buurt’ gaat over jouw eigen netwerk. Want ja, dat netwerk heb je al! Ook als beginnende ondernemer. Je hebt vrienden, familie, buren, oud-collega’s en social media contacten. Het is de zandbak die in je eigen achtertuin ligt. Je hoeft er alleen maar in te stappen en te vragen:
‘Wil je spelen?’

Les 2: Stel gewoon je vraag of vertel je verhaal.

Keer op keer valt het me op hoe kleine kinderen onbevangen op andere kinderen afstappen en vragen: ‘Wat doe jij? Mag ik meedoen?’
Ze doen niet moeilijk, bedenken geen ingewikkelde strategie en kletsen er niet omheen. Ze zeggen gewoon wat ze bedoelen.

Zo kun jij in je eigen netwerk vertellen wat je bezighoudt. Het is die eerste stap, de zandbak in. Het is de stap die ik vrij eenvoudig vond om uit te voeren. Ik ben voor mezelf begonnen. Wil je meedenken? Weet jij iemand die me kan helpen met…?

Doordat ik mijn eigen netwerk vertelde over mijn stap om zelfstandig tekstschrijver te worden, pitchte ik ongemerkt iedere keer mijn boodschap. En die oefening hielp me om in een later stadium ook bij onbekenden te pitchen.

Les 3: Durf te delen.

‘Mag ik jouw schepje?’
‘Ja hoor,’ zeg je, want jij bent met je harkje bezig en hebt die schep nu niet nodig.

Delen is eenvoudig. Jij hebt kennis en vaardigheden die een ander niet heeft. Van delen wordt je altijd beter. Door een ander wat te gunnen, word je een mooier mens.

Is het dan zo eenvoudig, dat netwerken?

Nee, voor mij niet. Het begint al bij de locatie. Ik heb een hekel aan autorijden. Netwerken is prima, maar wel een beetje in de buurt graag. En dan wil ik dat er een goede parkeergelegenheid is. Liever geen ondergrondse garage, niet te krap, niet langs een gracht, niet diep in een binnenstad.

Ik raadpleeg Google Maps en Street View en bedenk een strategie om levend aan te komen.

Je begrijpt: voordat ik überhaupt in het zaaltje bén, heb ik al een flinke inspanning geleverd.
En dan komt het volgende. Zodra ik buiten mijn eigen zandbak kom en in een nieuwe stap wordt het veel spannender.

Ik móet mensen spreken. Daarvoor ben ik hier! Maar ik ken helemaal niemand.
Bij de deur word ik gelukkig vriendelijk begroet, maar ik kan moeilijk bij die ingang blijven staan.
Doorlopen maar.
En daar sta ik dan. Met een drankje. In mijn eentje. Een stapel visitekaartjes in mijn tas. Ik kijk wat om me heen en zie allemaal mensen. Druk in gesprek. Ze kennen elkaar natuurlijk allemaal al jaren…

netwerkborrel visitekaartjes

😮 Wat doe ik hier!?

Netwerken is als spelen in de zandbak

Ik ben meerdere keren in een nieuwe zandbak gestapt en vond dat best lastig. Maar ik heb er onder andere dit van geleerd: het is heel menselijk om te netwerken. Wij zijn relationele wezens. Het is leuk om anderen te ontmoeten, het is leuk om verassende gesprekken te voeren. En ja, het is ook leuk als daar opdrachten uit voortkomen.

Deze tips helpen mij om enthousiast terug te komen van een netwerkborrel:

1. Ik mag van mezelf van tevoren geen zin hebben. (Dan kan het alleen maar mee vallen.)
2. Ik houd in mijn achterhoofd dat ik niet de enige ben die ‘niet zo’n netwerker is’. (Dat heb ik ergens gelezen en dat wil ik graag geloven.)
3. Ik ga alleen.

Dat is de beste tip: ga alleen naar die netwerkborrel

Stel: je gaat samen met je vriendje naar de zandbak. Jullie hebben allebei een emmer en schepje bij je en maken samen plannen om het aller- allergrootste zandkasteel ooit te bouwen met de aller- allermooiste gracht er omheen. Jullie komen aan bij de zandbak en gaan direct aan de slag.

Dat er nog andere kinderen zijn, zien jullie niet, want jullie zijn alleen met elkaar en met het zandkasteel bezig.

Wil je netwerken? Ga alleen naar die bijeenkomst. Echt, het werkt. Ik ben nu meerdere keren alleen gegaan en daardoor stond ik automatisch meer open voor anderen.

Even de tijd nemen om te observeren leert dat:

  • je groepjes van 2 niet moet infiltreren (spionagewoord B) ) maar groepjes van 3 wel (met die derde persoon raak je gemakkelijker in gesprek dan met die 2 die al op elkaar gefocust zijn).
  • er nog iemand voor muurbloempje speelt en dat diegene het superfijn vindt om een gesprek met je te beginnen.
  • er mensen zijn die zich voor je openstellen. Ze knikken je toe of glimlachen en ja hoor: je kunt aanhaken in een gesprek!
  • de organisatoren van de borrel vaak ook nagedacht hebben over dit ‘probleem’. Je moet (en iedereen met jou) bijvoorbeeld verplicht speeddaten. Voila: probleem opgelost.

Ruzie in de zandbak

Het meisje naast je krijgt zand in haar ogen en schreeuwt dat je het expres deed. Ze huilt en de andere kinderen bemoeien zich ermee. Voordat je het weet, is het oorlog in de zandbak. Scheppen en harken worden wapens. Zand vliegt door de lucht. Geschreeuw, gehuil en vluchtende kinderen. Voordat je het weet is iedereen vertrokken en ligt er alleen nog een eenzaam emmertje.

Soms loopt het gewoon niet zoals je graag had gewild.
Maar dat wil niet zeggen dat je nooit meer naar die zandbak moet terugkeren. Even slikken, accepteren en weer doorgaan.

Want ook dat kunnen we van kinderen leren: ze staan weer op nadat ze gevallen zijn.

Wat is jouw beste netwerktip?

Traditioneel kerstverhaal met een lichtpuntje graag!

Traditioneel kerstverhaal met een lichtpuntje graag!

Ik kreeg de vraag om een traditioneel kerstverhaal te schrijven voor een maandblad.  Kerstverhalen en creativiteit hebben nogal eens de neiging om te botsen, maar ik zag er een mooie uitdaging in en accepteerde de opdracht.
‘O ja, wel graag een traditioneel kerstverhaal,’ werd later toegevoegd.
‘Prima, komt goed,’ zei ik.

Onderzoekje via Facebook

En nu breek ik me al dagen het hoofd over dat traditionele kerstverhaal. Allereerst natuurlijk de vraag wat dat eigenlijk is. Ik vroeg het aan mijn vriendjes en vriendinnetjes op Facebook en kreeg onder andere de volgende reacties:

  • Ergens in de laatste alinea’s valt alsnog door een kier het licht naar binnen.
  • Sneeuw, en bittere kou, en dan richting het einde: warmte en licht…
  • Een kind dat verdwaalt in de sneeuw met een happy end.
  • Sneeuw, kerkjes, belletjes, kaarsen, oud wordt nieuw, het licht komt terug – en dat laatste zowel in de wereldse als in kerkelijke zin.
  • Naastenliefde en een happy end. Net Disney.

Precies wat ik al dacht en vooral het idee van licht keert terug in mijn eigen mijmeringen over een traditioneel kerstverhaal, maar daarmee ben ik er nog lang niet. Het bijbelse kerstverhaal op zichzelf is voor mij namelijk niet ‘af’.
Het is misschien een markeerpunt: de vervulling van een belofte.
En een startpunt: God die mens wordt en op aarde aan de slag gaat met als ultieme hoogtepunt Pasen.
Maar Kerst op zichzelf is daarmee geen verhaal. Het is onaf.
Zonder Goede Vrijdag en Pasen, ontbreekt het plot.

De plot in een traditioneel kerstverhaal

Dan toch weer naar de ingrediënten van traditionele kerstverhalen kijken. Ik deed al eerder mijn duit in het traditionele-kerstverhalen-zakje en gebruikte onder andere eens een obligate kerstmaaltijd als kapstok. Daarnaast verwerkte ik kerstergernissen (familie die elkaar op de huid zit) en actualiteit (eenzaamheid tijdens de kerstdagen) en zo kwam ik tot traditionele kerstverhalen waar ik toch mijn eigen stempel op wist te drukken.
Maar een herhaling van zetten is het laatste wat ik wil, dus ik moet verder kijken dan dat. Gelukkig heb ik wel wat ideeën. Kerst is tenslotte van oudsher een heidens feest, dat gekaapt werd door de christenen en inmiddels gekaapt is door de commercie. Daar zit wel een verhaal in.

Maar, ho, wacht even. Ik moet terug naar de traditionele variant voor een christelijk lezerspubliek. Er is een lichtpuntje nodig, met het liefst een directe link naar de Bijbel. Dus ik ben er niet met een soort Home-alone achtig verhaaltje over eenzaamheid, dieven, een strijd en overwinning.
Of… misschien toch wel?

(Af)wachten

Het houdt me bezig. Dat kerstverhaal.
Gelukkig heb ik nog even de tijd en ik ben er vast van overtuigd dat mijn creativiteit en het juiste kerstverhaal elkaar ergens zullen kruisen, zodat er iets ontstaat wat traditioneel is. Een ‘echt’ kerstverhaal. Waar een christelijk publiek iets mee kan. Maar waar ik ook iets van mezelf in kwijt kan.

De woorden die op dit moment in mijn woordweb staan, gaan over opoffering, vernedering, kleine lichtpuntjes, afwijzing, verwachting en wachten.

Eindeloos wachten.
Misschien dat ik daar wel iets mee kan.

Afwachten maar…

 

Pin It on Pinterest